Waarom groepsdynamiek in de klas het hele jaar aandacht vraagt
Voor we over het boek verder praten, willen ze even een misverstand de wereld uit helpen. Wanneer leraren het over groepsdynamiek hebben, gaat het vaak over die ‘Gouden Weken’, zegt De Swart. De eerste schoolweken zou jij als leraar een groep aaneen kunnen smeden. ‘Maar meestal kom jij als nieuwe leraar in een groep met een geschiedenis. Jíj bent de nieuwe factor. Dus zorg voor een warme overdracht van de vorige groepsleerkracht of van de mentor om alvast vertrouwd te raken met deze groep.’ Goed idee, zo voor de zomervakantie.
Pesten signaleren: wat een sociogram laat zien over de groep
Per groep verschilt het natuurlijk wat voor klas je aantreft. Wie neemt welke positie in de groep in? Welke leerlingen zijn bijvoorbeeld populair? Wat maakt dat sommige leerlingen zich op een bepaalde manier gedragen? Hoe zorgt dat voor interacties die elkaar in stand houden? De Swart: ‘Hoe een individu zich gedraagt, de sociale posities en vriendschappen van leerlingen in de groep, sociale normen en omgangsvormen: het hangt allemaal samen. Aan één of twee knoppen draaien heeft minder nut dan goed te bedenken hoe die dingen in elkaar grijpen.’ Leerkrachten met meer inzicht in de samenhang kunnen effectiever sturen op een positieve groepsdynamiek.
Het helpt als je informatie hebt. Laat leerlingen daarom een sociogram maken, waarmee je meer inzicht krijgt in de relaties in de groep. Stel vragen over populariteit en doelgerichte agressie, zoals buitensluiten en roddelen, zegt Mainhard, ‘want als je die twee niet in kaart hebt, is het lastig sturen op een betere groepsdynamiek. Leraren weten niet altijd wie er gepest wordt en hoe ver iemand buiten de groep ligt, ook al denken ze van wel.’ ‘En als je eenmaal een patroon ziet’, waarschuwt De Swart, ‘besef dan dat er het hele jaar door dingen gebeuren in dat geheel van relaties en interacties, die de dynamiek beïnvloeden en waar je dus iets mee kunt of moet als leraar.’
De Swart en Mainhard staan zelf dicht bij de praktijk. Zij heeft gewerkt als schoolpsycholoog in het speciaal onderwijs en is nu docent klinische ontwikkelingspsychologie aan de VU en docent groepsdynamiek aan de opleiding voor schoolpsychologen, hij is lerarenopleider basisonderwijs en hoogleraar onderwijswetenschap (Leiden).
Hoe stimuleer je positief gedrag in de klas? (PBS en KIVA in de praktijk)
Werken aan groepsdynamiek in het onderwijs is niet iets voor een eerste, sensitieve fase, maar vergt regelmatig onderhoud. Het fijne van dit boek is dat het goede handvatten biedt, waarbij leraren bovendien prima elementen uit bestaande programma’s zoals PBS en KIVA kunnen gebruiken.
Om Positive Behavior Support bijvoorbeeld (mede) te gebruiken om een positieve dynamiek te krijgen in een groep, zegt De Swart, moet je weten welk gedrag je kunt bevorderen. ‘Je kunt bekrachtigen dat leerlingen hun vinger opsteken als ze een vraag hebben, maar dat verandert niet veel in de groepsdynamiek. Als dat wel je doel is, kun je bijvoorbeeld stimuleren dat leerlingen elkaar helpen, rekening houden met elkaar, of ander pro-sociaal gedrag.’ Dat zorgt uiteindelijk ook voor positieve sociale normen in de groep.
En die lijstjes met omgangsafspraken die in veel klassen hangen? De Swart: ‘Zorg dat je een groep betrekt bij het maken van zo’n lijstje, zodat leerlingen zich er verantwoordelijk voor voelen en evalueer de afspraken regelmatig.’ Niet als politieagent (‘jongens, we hebben toch afgesproken dat…’), maar met een beroep op hun eigen verantwoordelijkheid. Mainhard: ‘Zeg liever: “Hoe vonden jullie dat het vandaag ging in de klas? Hebben jullie mooie voorbeelden gezien waaruit bleek dat jullie elkaar hielpen?” Toon oprechte interesse en focus op de interactie.’
Waarom vertoont een leerling steeds storend gedrag, en wat zegt dat over de groep?
Elke klas telt wel kinderen die vaak flippen of de regels blijven overtreden. Wat dan? ‘Soms is dat een vorm van coping van kinderen die geen andere mogelijkheden hebben’, zegt Mainhard. ‘Ze vallen dan terug op wat bekend is, wat ze thuis of op straat geleerd hebben. Als je dat beseft als leraar, straf je minder snel. Maar laat ze wel zien: hé, het kan ook anders. Vergroot hun gedragsrepertoire.’
Vaak gaat het ook om leerlingen die moeilijk aansluiting vinden. Wat speelt hier? ‘Gedrag ontstaat niet los van de groep’, zegt De Swart. ‘Een blik, een opmerking—het kan al iets in gang zetten.’ Pas op dat je dan niet te snel alleen naar dat ene kind kijkt, want daarmee mis je een deel van het verhaal. ‘Dan lijkt het alsof het probleem bij die leerling ligt’, aldus De Swart. ‘Terwijl dat gedrag bijna altijd plaatsvindt in een sociale context waarin de groep een belangrijke rol speelt.’
En er is nog iets. ‘Als je vooral focust op gedrag corrigeren, raakt iets anders onderbelicht’, vervolgt De Swart. ‘Aansluiting, vriendschappen, het gevoel erbij te horen—dat zijn juist factoren die gedrag positief kunnen beïnvloeden. Dat zijn dus belangrijke sleutels. En daarvoor is alleen sociale vaardigheden aanleren onvoldoende, maar heb je de groep nodig.’
Hoe ga je om met dominante of populaire leerlingen die de groep negatief beïnvloeden?
En die enkelingen die het bloed onder je nagels vandaan halen, bijvoorbeeld als straatcultuur de school in komt? ‘Ook dit zijn vaak copingmechanismen die ze van elders hebben meegekregen. Het kan lastig zijn om met deze jongeren een positieve relatie aan te gaan. Maar daarin investeren is belangrijk. Probeer populaire jongeren die de groep meenemen in een negatieve dynamiek, een andere leiderschapsrol te geven. Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat anderen naar jou luisteren en je kunt dingen goed regelen. Kun jij zorgen dat iedereen in jouw groep zich gehoord en gezien voelt?” Laat ze oefenen met andere manieren van zichtbaar en dominant zijn.’
Mainhard: ‘Als een klas echt onveilig is voor leerlingen, stelt Jan Ruigrok bijvoorbeeld voor om tegen een groep te zeggen: “Ok, zo kan het niet verder, we gaan er aan werken. Wie wil er meedoen? Wie dat niet wil, mag in een lokaal verderop aan zijn huiswerk beginnen.” Zo speel je in op de behoefte aan macht en invloed; veel leerlingen geven dat niet zomaar op en beslissen om te blijven en toch mee te werken. Dat is een eerste kleine stap naar verbetering.’
Wie meer wil weten, lees het boek. De Swart en Mainhard zijn in ieder geval overtuigend: investeren in je groep loont. Mainhard: ‘Het is als met klussen: regelmatig onderhoud voorkomt een grote klus.’



_w173_h400.png)
