Kiezen voor het jonge kind
Handboek voor het werken met jonge kinderen
Goed onderwijs aan jonge kinderen begint met begrijpen hoe zij zich ontwikkelen
Jonge kinderen leren anders dan oudere kinderen. Ze ontwikkelen zich via spel, beweging, taal, relaties, verwondering en eigen initiatief. Dat vraagt van leerkrachten en begeleiders méér dan een lesprogramma volgen: zij moeten leren kijken, luisteren, begeleiden, stimuleren en verantwoorden waarom ze doen wat ze doen.
Kiezen voor het jonge kind helpt (aankomende) leerkrachten en pedagogisch professionals de specifieke competenties te ontwikkelen die nodig zijn om met jonge kinderen te werken. Het boek verbindt kennis over ontwikkeling, pedagogiek en didactiek met de praktijk van de onderbouw en de kinderopvang. Je leert hoe jonge kinderen denken, spelen, leren en zich sociaal-emotioneel ontwikkelen, en hoe je daar doelbewust op aansluit.
Met dit boek ontwikkel je:
- kennis van de ontwikkeling van jonge kinderen, van hersenontwikkeling en motoriek tot taal, spel, gecijferdheid en persoonlijkheidsontwikkeling;
- inzicht in belangrijke onderwijsvisies, waaronder Fröbel, Montessori, Decroly, Ervaringsgericht Onderwijs, Ontwikkelingsgericht Onderwijs, Reggio Emilia, Kaleidoscoop en VVE-programma’s;
- praktische handelingsvaardigheden voor pedagogisch en didactisch handelen, spelbegeleiding, een rijke speelleeromgeving, klassenmanagement, oudercontact en kwaliteitsbewaking.
Van ontwikkelingskennis naar handelen in de groep
Het boek bestaat uit drie delen. Deel 1 behandelt de achtergronden die nodig zijn om jonge kinderen goed te begrijpen. Deel 2 bespreekt invloedrijke visies op onderwijs aan jonge kinderen. Deel 3 vertaalt deze inzichten naar de praktijk van de groep: van speel-/werkhoeken en materialen tot activiteiten, regels, groepssamenstelling en samenwerking met ouders.
Elk hoofdstuk start met een praktijkverhaal. Concrete voorbeelden laten zien wat theoretische inzichten betekenen voor het handelen in de klas, stage of kinderopvangpraktijk.
Online leeromgeving
Bij het boek hoort online studiemateriaal met reflectie en opdrachten, links en bijlagen.
Voor wie
Voor pabostudenten, aankomende onderbouwleerkrachten en studenten aan opleidingen voor het werken in de kinderopvang die bewust kiezen voor het werken met jonge kinderen.
Leeswijzer
DEEL 1: Achtergronden
1 Het jonge kind
1.1 Kenmerken van kleuters
1.1.1 Kleuter en schoolkind
1.1.2 Typisch kleuters
1.1.3 Ieder kind is uniek
2 Ontwikkeling van jonge kinderen
2.1 Ontwikkeling en leren
2.2 Ontwikkelingsprocessen als fundament voor leerprocessen
2.3 Ontwikkelingsgebieden
2.3.1 Lichamelijke ontwikkeling
2.3.2 Cognitieve ontwikkeling
2.3.3 Persoonlijkheidsontwikkeling
2.4 Invloed van het onderwijs op de ontwikkeling: drie visies
2.4.1 Kinderen ontwikkelen zichzelf
2.4.2 Ontwikkeling moet gestuurd worden
2.4.3 De constructivistische opvatting over leren en ontwikkeling
2.5 Stimuleren van ontwikkeling
2.5.1 Concreet ervaren
2.5.2 Betrokkenheid
2.5.3 Betekenisvolle onderwijsleersituaties
2.5.4 Spelend leren
2.5.5 Samenhang in ontwikkeling
3 Het belang van spel voor de ontwikkeling van jonge kinderen
3.1 Wat is spel?
3.2 Spel in de gevarenzone?
3.3 De waarde van het spel voor de ontwikkeling
3.3.1 De waarde van het spel voor de emotionele ontwikkeling
3.3.2 De waarde van het spel voor de sociale ontwikkeling
3.3.3 De waarde van het spel voor de cognitieve ontwikkeling
3.4 Ontwikkeling van spelactiviteiten
3.4.1 Van manipulerend spel naar rollenspel als leidende activiteit
3.4.2 Ontwikkeling van het rollenspel
3.4.3 Soorten spel in ontwikkelingsperspectief
3.5 Begeleiden van spelactiviteiten
3.5.1 Voorwaarden creëren voor de ontwikkeling van het spel
3.5.2 Begeleiding tijdens het spel
3.5.3 Vooruitblikken en terugblikken
3.6 Geleid spel
3.7 ‘Dat kunnen mijn kinderen niet’
4 Doelen voor de onderbouw
4.1 Omgaan met doelen in de onderbouw
4.1.1 Werken aan ontwikkelingsdoelen
4.1.2 Bedoelingen van kinderen en leerkracht in balans
4.2 Welke doelen zijn van belang voor de onderbouw?
4.2.1 Kerndoelen en tussendoelen
4.2.2 Doelen van Basisontwikkeling
4.2.3 Doelen in het Ervaringsgericht Onderwijs (EGO)
4.2.4 Doelen voor de kinderopvang
4.3 Einddoelen
4.4 Doelen voor de onderbouw: een ordening
4.4.1 Basisvoorwaarden
4.4.2 Persoonsvorming
4.4.3 Ontwikkelingsprocessen
4.4.4 Kennis en vaardigheden
4.4.5 Einddoel als inspiratie
5 Pedagogisch handelen
5.1 Kenmerken van pedagogisch handelen
5.1.1 Effectieve hulp en ondersteuning
5.1.2 Invloed op persoonsvorming
5.2 Relaties met kinderen
5.2.1 Pedagogische relaties
5.2.2 Respectvolle relaties aangaan met kinderen
5.3 De pedagogische basishouding
5.3.1 Echtheid
5.3.2 Waardering, aanvaarding en vertrouwen
5.3.3 Empathisch begrijpen
5.4 Tegemoetkomen aan basisbehoeften
5.4.1 Behoefte aan relatie
5.4.2 Behoefte aan competentie
5.4.3 Behoefte aan autonomie
5.5 Pedagogische kwaliteiten
5.5.1 Sensitiviteit
5.5.2 Responsiviteit
5.5.3 Actief luisteren
5.5.4 Interactievaardigheden
5.6 Gedragsproblemen
5.6.1 Oorzaken van gedragsproblemen
5.6.2 Gedragsbeïnvloeding
5.7 Ordeproblemen
5.7.1 Orde houden in de groep
5.7.2 Regels, afspraken en routines
6 Didactisch handelen
6.1 Geïntegreerd didactisch handelen
6.2 Didactische houding
6.2.1 Nieuwsgierig zijn en verwondering tonen
6.2.2 Cognitieve empathie
6.2.3 Kunnen wachten
6.2.4 Flexibiliteit
6.3 Didactisch handelen is doelbewust handelen
6.3.1 Expliciet of impliciet handelen
6.3.2 Een rugzak vol doelen
6.3.3 De zone van naaste ontwikkeling
6.3.4 Resultaten of schijnresultaten?
6.4 Didactische vaardigheden
6.4.1 Observeren
6.4.2 Stimuleren van taalontwikkeling
6.5 Onderwijs plannen
6.5.1 Planning voor de langere termijn
6.5.2 Planning per dag
6.6 Didactische middelen
DEEL 2: Visies op onderwijs aan jonge kinderen
7 Visies, werkplannen en programma’s
7.1 De grote kleuterpedagogen
7.1.1 De invloed van Fröbel
7.1.2 De invloed van Montessori
7.1.3 De invloed van Decroly
7.2 Nieuwe visies en onderwijsconcepten
7.2.1 Ervaringsgericht Onderwijs (EGO)
7.2.2 Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO)
7.2.3 Reggio Emilia: de honderd talen van kinderen
7.2.4 HighScope en Kaleidoscoop
7.3 Programmagericht werken
7.3.1 Piramide
7.4 Voor- en vroegschoolse educatie
7.4.1 Wettelijke kaders
7.4.2 Effecten van vve-beleid
7.4.3 Opleidingen en trainingen
DEEL 3: De praktijk
8 Een rijke speelleeromgeving: inrichting en materialen
8.1 Kenmerken van een goed ingerichte speelleeromgeving
8.1.1 Esthetiek
8.1.2 Veiligheid
8.1.3 Rijkdom aan materialen en mogelijkheden
8.1.4 Orde en structuur
8.1.5 Zelfstandigheid
8.1.6 Afspiegeling van de cultuur
8.2 Hoekenwerk
8.3 Afbakening van hoeken
8.4 Vaste en wisselende hoeken
8.4.1 De huishoek
8.4.2 De winkelhoek
8.4.3 De bouwhoek
8.4.4 De constructiehoek
8.4.5 Het atelier
8.4.6 De zand-/watertafel
8.4.7 De lees-/luisterhoek
8.4.8 De materialenhoek
8.4.9 De timmerhoek
8.4.10 De lees-/schrijfhoek
8.4.11 De rekenhoek
8.4.12 De muziekhoek
8.4.13 De ontdekhoek
8.4.14 De computerhoek
8.5 Hoeken en thema’s hebben elkaar nodig
8.6 Extra speelwerkruimte creëren
8.7 De buitenruimte
8.7.1 Inrichting van de buitenruimte
8.7.2 Ruimte voor beweging
8.7.3 Bouwen en timmeren
8.7.4 Spelen met zand en water
8.7.5 Rollenspel
8.7.6 Natuurbeleving
9 Klassenmanagement: activiteiten en organisatie
9.1 Dagritme
9.1.1 Inlooptijd
9.1.2 Kringactiviteiten
9.1.3 Speelwerktijd
9.1.4 Buitenspel en spelen in het speellokaal
9.2 Groepssamenstelling
9.2.1 Waarom homogeen groeperen?
9.2.2 Praktische problemen bij homogeen groeperen
9.2.3 Voordelen van heterogeen groeperen
9.2.4 Een geïntegreerde groep 2/3
9.3 Afspraken, regels en routines
9.4 Contacten met ouders
9.4.1 Informele contacten
9.4.2 Formele contacten
9.4.3 Samenwerking met ouders
9.4.4 Huisbezoek
9.4.5 Gesprekken voeren met ouders
9.5 Kwaliteitsbewaking
9.5.1 Kindvolgsystemen
Illustratieverantwoording
Geraadpleegde literatuur
Personenregister
Zakenregister
Extra voor studenten:
Bij deze uitgave is additioneel studiemateriaal beschikbaar voor studenten. Deze kun je benaderen via de url in het boek.




