Skip to main content
Gratis verzending in NL vanaf € 20,-
Veilig winkelen met Thuiswinkelwaarborg
Logo
Bekijk ons hele aanbod
Onderwijs
  • Primair onderwijs
  • Voortgezet onderwijs
  • Mbo
  • Hoger onderwijs
  • NT1
  • NT2
  • Talen
  • Docentprofessionalisering
Gezondheidszorg
  • Gezondheidszorg
  • Psychologie
  • Psychiatrie
  • Medisch
  • Academy
Juridisch
  • Bestuurskunde
  • Criminologie
  • Juridisch
Management
  • Coaching
  • Management
Geschiedenis & Filosofie
  • Geschiedenis
  • Filosofie
Klantenservice
  • Service & informatie
  • Contact
  • Retourneren
  • Docentenservice
  • Snel bestellen
  • Teamviewer
Inloggen
Winkelwagen
Winkelwagen
Korting
-
Verzendkosten
Gratis
Totaalprijs
€ 0,00
Naar winkelwagen
Gratis verzending binnen Nederland vanaf € 20,-
Bekijk ons hele aanbod
Onderwijs
  • Primair onderwijs
  • Voortgezet onderwijs
  • Mbo
  • Hoger onderwijs
  • NT1
  • NT2
  • Talen
  • Docentprofessionalisering
Gezondheidszorg
  • Gezondheidszorg
  • Psychologie
  • Psychiatrie
  • Medisch
  • Academy
Juridisch
  • Bestuurskunde
  • Criminologie
  • Juridisch
Management
  • Coaching
  • Management
Geschiedenis & Filosofie
  • Geschiedenis
  • Filosofie
  • Primair onderwijs
  • Boeken
    • Alle boeken
    • Taal - dyslexie
    • Rekenen - dyscalculie
    • Schrijven
    • Didactiek
    • Digitale geletterdheid
    • Gedrag
    • Hoogbegaafdheid
    • Leren leren
    • NT2
    • Nieuw
    • Acties
    • Verwacht
    • In de klas-serie
  • Voor in de klas
    • De Leeswoordenlijst
    • Hanenpoten
    • Mediawijsheid - Leefstijl
    • NT2
    • Klank&WoordKr8
    • Oefenmaterialen RID
    • EigenwijzR
    • Inzichtelijk Onderwijs
  • Toetsen
    • Verwachten
      • Alle verwachtingstesten
      • Leermotivatie
      • Leerpotentie
      • Intelligentie
      • Leerstrategieën
    • Volgen
      • Alle Boom LVS-toetsen
      • Technisch Lezen
      • Begrijpend Lezen
      • Spelling
      • Rekenen-Wiskunde
      • Kleuters
      • EigenwijzR
    • Verdiepen
      • Alle verdiepende toetsen
      • Taal en lezen - CB&WL
      • Spelling - PI-dictee
      • Rekenen - TTA
      • Rekenen - NDS
    • Diagnostiek
      • Alle tests/vragenlijsten
      • Angst en trauma's
      • Dyscalculie
      • Dyslexie
      • Executieve functies
      • Persoonlijkheid
      • Sociaal gedrag
      • Spraak
  • Boom LVS
    • Alles over het Boom LVS
    • Kennisbank
    • Nieuwkomers
    • Veelgestelde vragen
    • Inruilactie PI-dictee
  • Boom testcentrum
  • Voor de leerkracht
    • Trainingen
    • Webinars
    • Normeringsonderzoeken
    • Nio en Leerpotentie 7-8
    • Artikelen
    • Nieuws
    • Agenda
Veelgestelde vragen over handschriftonderwijs
Terug

Veelgestelde vragen over handschriftonderwijs

  7 juni 2021
  Leestijd:
Kinderfysiotherapeuten maken zich zorgen over het handschrift van kinderen. Het ging al bergafwaarts met het handschrift van basisschoolkinderen, maar door de langdurige lockdown en het thuisonderwijs is het handschrift van veel kinderen nog minder leesbaar geworden. In dit artikel lees je de meest gestelde vragen aan ergotherapeut Annelies de Hoop en kinderfysiotherapeut Anneloes Overvelde, beide verbonden aan SchrijvenNL, die begin juni twee webinars over dit onderwerp organiseerden.

Tijdens de twee webinars over handschriftonderwijs leerden de deelnemers hoe je met behulp van een QuickScan binnen 15 minuten kunt achterhalen hoe het gesteld is met het handschrift van jouw leerlingen. Er kwamen veel vragen over het toepassen van de QuickScan binnen, maar ook over welke schrijfmaterialen kinderen het beste kunnen gebruiken en over blokschrift of verbonden schrift. Alle vragen en de antwoorden daarop lees je in dit artikel. Ze zijn onderverdeeld in vijf onderdelen:

  1. De uitvoering van de QuickScan 
  2. Blokschrift of verbonden schrift
  3. Schrijfmateriaal 
  4. Handschriftproblemen bij leerlingen met een bijkomende aandoening
  5. Vragen over SchrijvenNL

 

Vragen over de uitvoering van de QuickScan

Q: Maakt het uit hoeveel de leerling in de 5 minuten heeft geschreven? Dit kan ik nergens terugvinden. Het lijkt mij wel, want als je maar 3 zinnen kan schrijven in de bovenbouw in 5 minuten, dan zegt dit ook wel iets. En als het niet uitmaakt dan hebben die 5 minuten ook geen functie. Dan kun je ook zeggen schrijf deze 5 regels over.

A: Ja, het maakt zeker uit hoeveel de leerling heeft geschreven. In de QuickScan is het leesbaarheid het criterium. De snelheidsaspecten komen in de webinars aan bod. Heb je nu al belangstelling voor de snelheidsnormen bij de verschillende groepen, neem dan contact op, of kijk in het boek bijlage 5.

Q: Neem je de QuickScan 1 of meerdere keren per jaar af? Om zo ook vooruitgang te kunnen zien of is dat niet interessant?

A: Je kunt de QuickScan meerdere keren per jaar afnemen. Juist het meten van de vooruitgang is een goede motivatie om door te gaan met aandacht voor handschrift!

 

Q: Kun je de QuickScan ook afnemen in groep 3?

A: Het overschrijven van de standaard tekst Jan is bij oom is pas mogelijk aan het eind van groep 3. Blad 1 van de QuickScan kun je eind januari afnemen en je kunt dan zelf een passende tekst kiezen met woordjes en/of zinnen die bij hun niveau van dat moment past. Laat de hele groep de taak maken, en maak aansluitend weer rode en groene stapels.

 

Q: Is deze QuickScan ook geschikt voor groep 1-2?

A: Kies in groep 1-2 voor een andere potlood-papiertaak. Laat bijvoorbeeld de hele groep eenzelfde kleurplaat inkleuren, ook weer gedurende 5 minuten. Aansluitend kun je ook de zeefmethode toepassen en de kleurplaten verdelen over een groene en rode stapel. De indeling gebeurt ook dan weer ‘op gevoel’: welke leerlingen kleuren passend bij hun leeftijd en bij welke leerlingen lukt dat nog niet. Hoe je de zeefmethode voor kleuters toe kunt passen en de resultaten kunt bekijken leggen we uit in de webinar van september. Om specifieker te kijken naar de schrijfmotorische voorwaarden kan vervolgens een kindertherapeut geraadpleegd worden.

 

Q: Is het van belang dat leerkrachten de handschriftcriteria kennen: wanneer is een letter/woord correct geschreven en wanneer niet?

A: Voor de QuickScan is dat niet nodig. De leerkracht selecteert de geschreven teksten op gevoel. Onderzoek heeft aangetoond dat er een grote overeenkomst is tussen wat leerkrachten een onvoldoende leesbaar handschrift vinden en de score op een genormeerde test.

Om te weten wat specifieke leesbaarheidscriteria zijn en hoe je correctie aanbrengt bij letters, neem dan de handleiding van de schrijfmethode erbij of kijk voor een checklist met bijbehorende tips in het boek Aan de slag met handschriftonderwijs in bijlage 2b. In het boek staan tevens de criteria en tips voor de verschillende leerjaren aangegeven.

 

Vragen over de presentatie

Q: Wat wordt praktisch bedoeld met veel variatie aanbieden in de associatieve fase?

A: Iedere schrijftaak is anders en vraagt om aanpassing: schrijven met een pas geslepen potlood voelt anders dan schrijven met een potlood met stompe punt, of het schrijfschrift heeft een andere liniatuur dan het dictee schrift. Dat vraagt om aanpassing aan de taak. Door tijdens het leerproces variatie aan te bieden, leert het kind om in te spelen op veranderingen. Variatie kan zowel in de taak als in het materiaal als in de tijd: bijvoorbeeld afwisselend groter en kleiner laten schrijven; schrijfmateriaal afwisselen; schrijven in een kader afwisselen met liniatuur.

In ons boek gaan we hier uitgebreid op in en geven we vele voorbeelden.

 

Q: Is ook onderzocht of er verschil is in digitaal een letter aan te leren of dit door een leerkracht voor te laten doen?

A: Ja, hier is evidentie over binnen ‘motor-imaging’ studies. Imiteren is een belangrijke ondersteuning bij het leren van een nieuwe vaardigheid. Een kind (maar ook een volwassene) leert dan de beweging na te doen. Bij gebruik van digitale middelen doet het kind niet de beweging na, het ziet namelijk geen arm/hand bewegen, maar moet zelf bedenken welke beweging er gevraagd wordt.

We weten ook dat kinderen (en volwassenen) verschillende leerstrategieën gebruiken. Gebruik bij het leren schrijven dus voordoen-nadoen, maar ook expliciete instructie, en ook gebruik van digitale middelen hoort hierbij als ondersteuning en ter motivatie.

 

Q: Is het nodig dat leerkrachten zelf perfect op het bord schrijven?

A: Nee, perfect op het bord schrijven is niet een vereiste, maar de leerkracht moet wel de lettersporen gebruiken, die ook in de schrijfmethode gebruikt worden. Het is aan te raden om het letter-/ cijferspoor voor te doen op het bord; beter op het whitebord/ schoolbord dan op het Digibord, dat (nog) vaak een vertraging heeft. Het kan ook motiverend werken dat de leerkracht met de leerlingen het gesprek aangaat over wat hij/zij zelf kan verbeteren aan het handschrift. De leerkracht kan aanvullend door middel van taalgebruik beeldend vertellen hoe de letter eruitziet afgestemd op de groep. Bijvoorbeeld bij de letter v zie ik een kuiltje en de letter w zijn net twee dikke billen. De leerkracht mag zeker niet zijn eigen persoonlijk handschrift gebruiken.

 

Q: Is het slim om het eerst over te trekken? Dus het cijfer 5 of woord tong?

A: We hebben uitgelegd dat overtrekken leidt tot een werkwijze van punt naar punt (tom-tom effect). Overtrekken leidt niet tot het aanleren van een letterspoor. Bovendien kunnen kinderen bij het overtrekken ‘verkrampen’, doordat er teveel aandacht gaat naar het op de lijn blijven in plaats van naar de lettervorm. Kies eerder voor regenboogletters maken (dus zonder nauwkeurigheidseis). Zie verder Aan de slag met handschriftonderwijs, figuur 5.1.

 

Blokschrift of verbonden schrift

Aan de hand van wetenschappelijke literatuur bespreken we de voordelen en nadelen van blokschrift en verbonden schrift.

  • A: Verschil in beweging: het verbonden schrift kent een doorgaande beweging en dat draagt (na oefening) bij tot een vlot en soepel schrift. De vele stopbewegingen van het blokschrift (stoppen op de lijn) belemmeren een soepel doorgaande beweging.
  • B: Verschil in aanleren van letters: blokletters zijn eenvoudig van vorm en kinderen kunnen deze letters al snel ‘natekenen’. De letters bestaan uit losse onderdelen (‘stokken, rondjes’) en dat leidt ertoe dat leerlingen sneller omkeringen maken in de bewegingsrichting van de letters (ze beginnen bijvoorbeeld de letter t onderaan) of letters spiegelen (g-p, d-b, 3-e). Verbonden letters hebben een ingewikkeld letterspoor (met lussen, strik bij de k), dat is lastiger om aan te leren. Kennen de leerlingen de letters, dan maken zij juist minder omkeringen.
  • C: Verschillen bij het leren lezen: onderzoek laat zien dat er geen verschil is in leesvaardigheid tussen blok- of verbonden schrijvers, eind groep 4.
  • D: Verschil in schrijfsnelheid en tekstproductie: in verbonden schrift worden klankgroepen gekoppeld binnen één doorgaande beweging, zoals bijvoorbeeld klankgroepen ui, oe, oei, eeuw en voorvoegsels zoals ge en ver. Dit bevordert de herkenning bij het lezen (ook bij dyslectische kinderen) en een snellere productie van tekst. In blokschrift blijven het willekeurige letter combinaties, die ook verwisseld kunnen worden tot bijvoorbeeld iu, eo etc. Blokschrift leidt snel tot een ‘letterbrij’: de afstand tussen letters en woorden is min of meer even groot en dat belemmert de herkenning bij het lezen. Het ontbreken van spatiering heeft ook invloed op het opbouwen van een woordbeeld bij het leren van een andere taal (Engels, Duits, etc)
  • E: In groep 7-8 gaan leerlingen hun eigen handschrift ontwikkelen. Zowel blokschrijvers als verbonden schrijvers komen tot een gemengde stijl van losse en verbonden letters. Hierbij valt op dat de blokletters vaak niet meer precies op de lijn stoppen (leerlingen maken hier een doorgaande beweging, het potlood/de pen wordt pas na de bocht opgetild). Verbonden schrijvers kiezen voor optilmomenten en plakken letters soms tegen elkaar aan en blokschrijvers kiezen voor verbindingen, heel efficiënt!

 

Op basis van wetenschappelijke literatuur is er dus een voorkeur voor keuze voor aanleren van verbonden schrift, het liefst met eenvoudige(r) lettervormen en optilmomenten bijvoorbeeld aan het eind van een lettergreep. Leerlingen met onvoldoende visuo-motore vaardigheden (zoals op SBO, SO en leerlingen met een verstandelijke beperking zoals het syndroom van Down) hebben voordeel bij blokschrift vanwege de eenvoudige vormen.

 

Het aanleren van beide handschriften vraagt om gestructureerd aanbieden en herhaling. Bij blokschrift dient daarnaast vooral aandacht besteed te worden aan het aanleren van afstand tussen de woorden!

 

Overweeg je om een leerling te laten overstappen van het ene naar het andere schrift, bedenk daarbij dan het nieuwe handschrift ook gestructureerd aangeleerd en geoefend moet worden, en dat betekent voor de leerling een aparte positie in de klas (weer starten met een groep 3 schriftje) en voor de leerkracht veel extra werk.

Zoek liever naar mogelijkheden om de schrijftaak aan het kind aan te passen (werk vergroten, ander schrijfmateriaal, extra oefening, minder schrijfwerk maar wel aandacht voor de leesbaarheid). Neem in zo’n situatie contact met een handschriftdeskundige: er is vast in de buurt een kindertherapeut te vinden aan wie je deze vraag kunt voorleggen. Of mail je vraag aan SchrijvenNL.nl@gmail.com, dan zoeken we met elkaar een oplossing!

 

Uitgebreide informatie vind je in paragraaf 2.5 van Aan de slag, zie de toegestuurde PDF.

 

Vragen over schrijfmaterialen

Leren schrijven is de moeilijkste fijn motorische taak die kinderen leren. Dat vraagt om veel coördinatie of afstemming van bewegingen. Om het bewegen goed te kunnen afstemmen, is het van belang dat kinderen goed voelen: dat noemen we senso-motoriek. Waarneming/voelen en bewegen zijn op elkaar afgestemd.

Bij het schrijven hoort daar materiaal bij dat input geeft aan het gevoel: dat is schrijfmateriaal dat weerstand geeft op papier en dat is een potlood. De stift van een potlood is gemaakt van klei en grafiet en is daarom vrij ruw. Door die weerstand voelt het kind beter welke kant het potlood op moet en hoeveel druk er nodig is.

Leren omgaan met schrijfmateriaal is een leerproces en dat begint al met een peuter die aan het vingerverven is, met stoepkrijt bezig is, in de kleutergroepen aan het kleuren is etc. Variatie in de leerperiode zorgt voor het leren aanpassen aan het materiaal. Dat is nodig om in groep 3 met een potlood te kunnen schrijven.

 

Kost het te veel moeite, gebruik dan grover materiaal, bijvoorbeeld dikkere potloden. Bij  grover materiaal past een grovere beweging: maak dan ook de schrijfopdracht groter, laat het kind bijvoorbeeld een groter oppervlak inkleuren of maak dikkere randen. Bied juist NIET stiften aan in de aanleerfase: stiften en alle vergelijkbare materialen zijn glad, kinderen glijden daarmee uit; om dat te voorkomen gaan ze juist hard drukken om meer controle over de beweging te krijgen. Maar daardoor voelen ze minder wat het papier/de onderlaag vraagt. Dat geeft dus een tegenovergesteld effect! En datzelfde zien we bijvoorbeeld bij werken op een scherm.

 

Gebruik in groep 3 een potlood (HB). Kost het schrijven met potlood moeite, las dan veel potlood-oefenmomenten in. Kleuren is een goed voorbeeld daarvan. Leer kinderen ‘licht’ te kleuren, ze drukken dan minder hard en voelen beter.

Zoek een kleurplaat waarbij het kind meerdere bewegingsrichtingen op moet gaan, niet alleen heen en weer gaande bewegingen, maar ook ronde bewegingen.

Daarmee oefent het dan het maken van ronde bewegingen met de vingers en die komen goed van pas bij de ronde letters.

Wij adviseren om in groep 3 met potlood te blijven schrijven. Zeker wanneer het kind een dictee maakt of aan het rekenen is. De aandacht van de leerling gaat dan naar de woorden/de som en niet naar het schrijven zelf. Zorg ervoor dat het kind altijd schrijft met een goede punt, dus regelmatig slijpen.

 

Als het schrijven goed gaat, geef leerlingen dan een vulpen, laat ze daar eerst mee oefenen in hun schrijfschrift. Dan kunnen ze hun volle aandacht richten op het leren omgaan met de vulpen bij een specifieke schrijftaak waarbij je niet na hoeft te denken over de inhoud. Pas eind groep 4 lukt het schrijven met een vulpen bij alle schrijftaken.

 

We kennen jullie vragen en protesten uit de praktijk. Kinderen vlekken met een vulpen, dat komt door het harde drukken, dat is een signaal dat zij de vulpen NIET onder controle hebben. Maar ze willen toch met inkt schrijven, net als hun klasgenootjes. Dan is er een tussenoplossing: geef ze de keuze uit 3 mogelijkheden: een gelpen, een balpen of een rollerpen. Probeer met de leerling uit welke het beste resultaat geeft en waarbij de leerling soepel, zonder teveel druk, kan schrijven.

 

En blijf ondertussen oefenen, oefenen, oefenen met potlood en vulpen: maak schrijfkilometers. Als leerlingen al snel klaar zijn met de opdracht in het schrijfschrift, biedt dan in de schrijfles tijd andere schrijfoefeningen aan in plaats van ze tijd te geven om te lezen b.v. veel schrijfmethodes hebben extra oefeningen of kopieerbladen.

 

Denk aan de vergelijking tussen leren schrijven en een zwemdiploma halen.

Alle kinderen moeten jong zwemles krijgen, dan kunnen ze goed zwemmen als ze wat ouder zijn; dus in de kleutergroepen is het van belang om een goed aanbod te bieden op de specifieke fijn motorische voorwaarden (met name kleine vingerbewegingen en het kunnen manipuleren van kleine voorwerpen in de hand) en de motorische schrijfvoorwaarden (klein en vloeiend kunnen bewegen met potlood op papier), naast de klank-teken koppeling. In groep 2 methodisch cijfers leren schrijven, in groep 3 methodisch letters leren schrijven. Maar als een leerling uit groep 4-5 nog geen zwemdiploma heeft, door onvoldoende ontwikkeling in de kleutergroepen of een ontwikkelingsprobleem wil je toch dat hij mee kan naar het zwemverjaarsfeestje. Dan geef je een hulpmiddel, bijvoorbeeld bandjes, en je blijft in de buurt. En zorg je dus bij het schrijven voor extra ondersteuning en aanpassingen. Kijk dus goed of je reguliere ‘zwemles’ schrijfaanbod in orde is en ga dan differentiëren.

 

Zo zit dat met schrijfmateriaal ook: alle kinderen oefenen voor hun ‘schrijfdiploma’ met een potlood. En zitten ze al in groep 4-5, dan krijgen ze tijdelijk een passende pen om met de andere leerlingen mee te kunnen doen. Maar wel blijven oefenen met potlood en daarna vulpen om ‘schrijfdiploma B’ te kunnen halen. Deze uitleg spreekt ook kinderen aan!

 

Meer informatie kun je weer vinden in het boek: in hoofdstuk 3 bespreken we de potloodgreep, het schrijfmateriaal en nog meer aandachtspunten voor het schrijven, die van belang zijn voor alle groepen.

 

Handschriftproblemen bij kinderen met een aandoening

Handschriftproblemen bij leerlingen met een bijkomende aandoening zoals ADHD, autisme spectrum stoornis, syndroom van Down, leerlingen uit cluster 3 onderwijs laten veel individuele verschillen zien. Zoek vooral contact met een kindertherapeut in eigen omgeving om de specifieke verschijnselen en aanpak af te stemmen.

 

Leerlingen met dyslexie hebben moeite met automatiseren van talige vaardigheden, daar hoort ook het leren schrijven bij. Zij moeten dus vaker oefenen, meer herhalen om niet alleen de taal/spelling onder de knie te krijgen maar ook het handschrift. Ook voor dyslectische leerlingen geldt verbonden schrift leidt tot betere inprenting van het  woordbeeld, minder spiegelingen en betere inprenting van clusters die bij elkaar horen zoals bijvoorbeeld eeuw/ieuw woorden, be-, ge- en ver- vooraan het woord en achtervoegsels als -lijk, -loos wat ten goede komt aan de spellingvaardigheid.

 

 

Vragen over SchrijvenNL

SchrijvenNL heeft - samen met andere handschrift organisaties - deelgenomen aan de gesprekken met Curriculum.nl. Vanuit wetenschappelijke evidentie benadrukken we het belang van leren schrijven en gedegen handschriftonderwijs gedurende de gehele basisschoolperiode. Dat was ook de reden om het boek Aan de slag met handschriftonderwijs met elkaar te schrijven. Ons streven is dat alle leerlingen goed handschriftonderwijs krijgen! Is er nieuws, dan nemen we contact op met het ministerie van OC&W, ook via het Platform Handschriftontwikkeling.

Om die reden is het ook van belang dat we veel ingevulde formulieren van leerkrachten ontvangen. De uitkomsten willen we gebruiken om de minister van OC&W te informeren over de status van handschrift bij leerlingen en de impact op hun leerontwikkeling.

 

SchrijvenNL neemt geen rol in het opzetten van een landelijk netwerk tussen scholen en kindertherapeuten. We beschikken over een groot netwerk. Vragen hierover beantwoorden we graag.

 

Meer lezen

Er zijn ook vragen binnen gekomen over de aanpak in de groepen 1-2, 3-4 en 5-8, en ook meerdere vragen uit het voortgezet onderwijs. Hiervoor verwijzen we graag naar het boek Aan de slag met handschriftonderwijs. Daarin zijn aparte hoofdstukken gewijd aan handschriftonderwijs in deze groepen. Er is geen hoofdstuk voor het voortgezet onderwijs geschreven, maar het hoofdstuk over groep 7-8 bevat waardevolle tips, die ook in het voortgezet onderwijs bruikbaar zijn.

In het boek wordt ook ingegaan op schrijven of typen, pengreep en ondersteunende middelen, van ‘moetivatie’ naar motivatie, zelfreflectie, groepsaanpak, extra ondersteuning en wanneer verwijzen naar een kindertherapeut.

 

In het najaar organiseren we webinars over de aanpak in deze groepen. Daar kunnen we dan uitgebreid en met beelden ingaan op de aanpak en de vragen.

Meer lezen

Aan de slag met handschriftonderwijs

Aan de slag met handschriftonderwijs

Anneloes Overvelde, Ria Nijhuis-van der Sanden
35,50
Bestellen
Logo Boom uitgevers
© 2026 Koninklijke Boom uitgevers

Klantenservice

Service & informatie
Contact
Retourneren
Docentenservice
Snel bestellen
Teamviewer

Boom voor jou

Voor de boekhandel
Voor de pers
Publiceren bij Boom
Werken bij Boom & Vacatures

Over Boom

Wat ons drijft
Onze historie
Onze auteurs
Onze organisatie
Duurzaam ondernemen
Gratis verzending in NL vanaf € 20,-.
Veilig winkelen met Thuiswinkelwaarborg
Algemene voorwaardenAlgemene voorwaarden zakelijkCookieverklaringDisclaimerPrivacy policy
Logo Thuiswinkel waarborg