In de klinische praktijk vormen zelfrapportages van patiënten een belangrijke basis voor diagnostiek en behandeling. Toch zijn deze rapportages niet altijd volledig accuraat: patiënten kunnen hun klachten zowel onder- als overrapporteren. Dit heeft directe gevolgen voor de kwaliteit van diagnostische beslissingen, het verloop van behandelingen en de therapeutische relatie.
In deze e-learning staat u stil bij het fenomeen van onder- en overrapporteren van symptomen. U leert hoe deze vormen van vertekening herkend kunnen worden, welke rol validiteitstests daarbij spelen en wat de mogelijke consequenties zijn voor de praktijk. Daarnaast wordt aandacht besteed aan hoe u hier als professional zorgvuldig en effectief mee om kunt gaan.
Leerdoelen
Na het lezen van dit artikel weet je:
- wat onder- en overrapporteren van symptomen inhouden en hoe ze met validiteitstests kunnen worden vastgesteld.
- dat er twee soorten validiteitstests zijn: Performance en de Symptom Validity Tests.
- dat goed gedocumenteerd is dat afwijkende scores op zulke tests gepaard gaan met aanzienlijke gevolgen voor diagnostiek en behandeling.
- dat onderrapporteren samenhangt met een onderschatting van suïcidaliteit en kan leiden tot een overschatting van het behandelresultaat; en dat overrapporteren vaak gepaard gaat met no-shows en dropout.
- dat onder- en overrapporteren de therapeutische alliantie kunnen verstoren en zo kunnen leiden tot negatieve therapie-ervaringen, wat het des te belangrijker maakt om dit onderwerp gedurende de behandeling bespreekbaar te maken.