Waar kleur jij buiten de lijntjes?
Iedere docent kent de kaders. Maar binnen die kaders is vaak meer ruimte dan je denkt. In deze rubriek, geïnspireerd op Binnen de kaders & buiten de lijntjes, vragen we onderwijsprofessionals waar zij hun eigen kleur geven aan het onderwijs.
Door mijn eerste les bewust níét over mijn vak te laten gaan.
Studenten verwachten een PowerPoint, een planning en een stapel leerdoelen. In plaats daarvan krijgen ze van mij een leeg vel papier. "Maak een bucketlist", zeg ik dan. Eerst kijken ze me verbaasd aan. 'Moet dit echt?' Ja, dit moet echt. Niet voor een cijfer en ik hoef hem ook niet te lezen. Het gaat me niet om de lijst, maar om de vraag erachter: wie ben jij eigenlijk en waar droom je van?'
Ik deel daarbij ook mijn eigen verhaal. Door mezelf te laten zien, nodig ik studenten uit hetzelfde te doen. Zo ontstaat er vanaf het begin een relatie die verder gaat dan alleen de lesstof. We zijn in het onderwijs vaak heel druk met wat studenten moeten leren. Ik vind dat we eerst mogen ontdekken wie er voor ons zit. De hoofdstukken lopen niet weg.
Dimitri van Dillen, onderwijsinnovator en docent
Door mijn les op z'n kop te zetten
Normaal leggen we eerst de theorie uit en daarna mogen studenten oefenen. Ik probeer het steeds vaker andersom. Ik geef ze eerst een probleem en laat ze samen ontdekken hoe ze het kunnen oplossen. Pas aan het einde van de les maken we de theorie compleet. Dat idee komt uit Building Thinking Classrooms, een aanpak van de Canadese hoogleraar Peter Liljedahl. Studenten staan in groepjes bij whiteboards, proberen, overleggen, maken fouten en denken hardop. Het is soms een beetje rommelig. En juist daarom gebeurt er iets. Ze worden nieuwsgierig. Ze gaan zelf nadenken in plaats van wachten op het goede antwoord. Dat is voor mij buiten de lijntjes kleuren.
Koen Lubbers, docent wiskunde (vo)
Door niet te doen alsof de wereld eerlijk is
In mijn burgerschapslessen wijk ik regelmatig af van het lesboek. Niet omdat de methode niet goed is, maar omdat de werkelijkheid zich niet aan hoofdstukken houdt. Als een student vertelt dat hij voor de vijfde keer wordt afgewezen voor een stage, terwijl klasgenoten met dezelfde kwalificaties wel worden uitgenodigd, dan leg ik het boek of de online methode weg. Dan praten we over stagediscriminatie, kansenongelijkheid en de vraag hoe je daarmee omgaat. Ik wil studenten niet alleen voorbereiden op een examen, maar ook op de samenleving waarin ze straks hun weg moeten vinden. Soms betekent dat dat het belangrijkste leerdoel van die dag niet in de methode staat, maar in het gesprek dat ontstaat.
Karim Amghar, docent, auteur en programmamaker
Door af en toe 'kapot goed' te zeggen
Of voor de grap: 'Je moeder!' Leerlingen kijken me dan vaak verbaasd aan. Dat doe ik niet omdat ik per se wil aansluiten bij de jeugd of de hipste docent wil zijn. Ik wil vooral laten zien dat er niets mis is met de taal die veel jongeren vandaag de dag spreken. Natuurlijk blijf ik benadrukken dat correct Nederlands belangrijk is. Dat is een pré voor je studie, je werk en je toekomst. Maar ik wil leerlingen ook meegeven dat de taal waarmee ze zijn opgegroeid niet iets is om je voor te schamen. Door die eerst te erkennen, ontstaat er ruimte om samen te werken aan het Nederlands dat ze later nodig hebben.
Michael Appelman, docent in opleiding (vo)