Wat vraagt generatie Z van docenten?
Studenten lijken soms ongemotiveerd of moeilijk bereikbaar. Toch zien Annelies Riteco en Hedwigh Verbruggen-Letty in hun werk met studenten en young professionals iets anders: veel jongeren willen wel degelijk leren en bijdragen, maar zoeken sterker dan eerdere generaties naar betekenis, autonomie en verbinding.
In De nieuwe professional. Werken vanuit je WHY beschrijven de auteurs hoe kleine veranderingen in begeleiding vaak al verschil maken. Niet door onderwijs volledig om te gooien, maar door bewuster aandacht te geven aan motivatie, eigenaarschap en ontwikkeling. In dit artikel geven ze vijf kleine veranderingen die veel verschil kunnen maken.
Begin bij de relevantie
Veel studenten haken af wanneer onderwijs voor hen los voelt van de praktijk of van hun eigen interesses. Een korte vraag aan het begin van een les of project kan al helpen om die verbinding te maken. Niet alleen: ‘Wat moeten jullie opleveren?’ Maar bijvoorbeeld: ‘Waarom is dit onderwerp belangrijk?’ ‘Waar zie je dit terug in de praktijk?’ Studenten willen studenten begrijpen waarvoor ze leren. Wanneer die betekenis duidelijker wordt, groeit vaak ook de betrokkenheid.
Zie potentie achter weerstand
De auteurs zien regelmatig studenten die in regulier onderwijs weinig initiatief tonen, maar in een andere setting juist opbloeien. ‘Sommige studenten lijken niet gemotiveerd, maar zijn wel degelijk gedreven.’ Dat zie je bijvoorbeeld bij studenten die energie krijgen van maatschappelijke thema’s, creativiteit of samenwerking, maar vastlopen in een sterk gestuurde onderwijsomgeving. De vraag is dan niet alleen: werkt deze student hard genoeg? Maar ook: waar gaat deze student van aan?
Geef studenten kleine keuzes
Autonomie hoeft niet groot of ingewikkeld te zijn. Juist kleine keuzes kunnen eigenaarschap versterken. Denk aan keuze in casus of onderwerp, verschillende manieren om iets te presenteren, ruimte om persoonlijke interesses te koppelen aan een opdracht. Motivatie groeit wanneer studenten ervaren dat er ruimte is voor hun eigen perspectief en kwaliteiten.
Maak ruimte voor gesprek
Veel begeleiding in het onderwijs draait om resultaten, planning en studievoortgang. Maar studenten hebben ook behoefte aan gesprekken over richting en ontwikkeling. Dat hoeft niet zwaar of therapeutisch te worden. Een simpele vraag als: ‘Wat past eigenlijk goed bij jou?’ kan al veel openen. Studenten ervaren vaak meer rust wanneer ze woorden kunnen geven aan wat hen drijft en wat bij hen past.
Neem groepsvorming serieus
Studenten leren niet alleen van docenten, maar ook van elkaar. Zeker jongeren die zich ‘anders’ voelen, hebben veel aan herkenning binnen een groep. Dat ontstaat niet vanzelf. Juist kleine werkvormen waarin studenten ervaringen uitwisselen of samenwerken buiten hun vaste kring kunnen helpen om meer verbinding te creëren. Studenten ontdekken daardoor vaak dat hun nieuwsgierigheid, gevoeligheid of kritische blik geen zwakte is, maar juist een kwaliteit.
Geen extra taak, maar een andere blik
Volgens Riteco en Verbruggen-Letty hoeft betekenisgeving geen extra onderdeel naast het curriculum te zijn. Het zit vaak juist in kleine momenten: de vragen die je stelt, de ruimte die je geeft en de manier waarop je naar studenten kijkt. ‘Wanneer studenten voelen dat er aandacht is voor wie zij zijn als mens, verandert ook hun relatie tot leren.’
