Krachtgericht coachen in de praktijk
Hoe ziet krachtgericht coachen er eigenlijk uit in de dagelijkse onderwijspraktijk? Wat vraagt het van docenten? En wat levert het op voor studenten? Twee docenten delen hun ervaringen. De één werkt er al jaren mee en heeft het verweven in zijn manier van lesgeven en begeleiden. De ander staat nog aan het begin en ontdekt stap voor stap wat de aanpak betekent in de praktijk. Wat hen verbindt: de zoektocht naar hoe je studenten niet alleen helpt om beter te presteren, maar ook om sterker in zichzelf te staan.
Klaas Zijlstra
Al ruim twintig jaar werkzaam op een vmbo-school. Hij begon als docent en is inmiddels teamleider en coach van collega’s.
Ze begon te stralen. Dan weet je: hier gebeurt iets
Stralende ogen, daar doet Klaas het voor. Hij vertelt over een rapportgesprek met een brugklasleerling. Hij vroeg haar niet alleen of het gelukt was, maar vooral wat zij zelf had gedaan. Hoe had ze het aangepakt? Wat had haar geholpen om zich beter te concentreren? Er gebeurde iets. Ze ging rechter zitten. ‘Ze begon echt te stralen,’ vertelt hij. ‘Ze zag zelf wat er gelukt was en welke kwaliteiten ze had ingezet. Dan gaat het niet meer alleen over een resultaat, maar over iets van haarzelf.’
Van onwennig naar vanzelfsprekend
Twaalf jaar geleden kwam hij voor het eerst in aanraking met krachtgericht coachen. In het begin voelde het onwennig. Hij moest zoeken naar woorden, naar hoe je kwaliteiten benoemt en hoe je het gesprek anders voert dan hij gewend was. Niet meer meteen oplossingen aandragen, maar vertragen en vragen stellen.
Op school groeide het mee. Mentoren voeren coachgesprekken met leerlingen, maar de invulling verschilt. Sommige docenten werken met onderdelen van krachtgericht coachen, anderen gebruiken de methodiek als geheel. ‘De één voelt zich er meer bij thuis dan de ander. Daar geven we ook ruimte in,’ zegt hij. ‘Maar we sturen wel richting krachtgericht coachen, omdat we zien dat het werkt.’
Minder sturen, meer aansluiten
‘In het onderwijs zijn we heel goed in oplossingen aandragen,’ zegt hij. ‘Maar als die niet van het kind zelf komen, werkt het vaak minder goed.’ Door het gesprek anders te voeren, verandert ook de rol van de docent. Minder sturen, meer onderzoeken. Minder invullen, meer aansluiten.
Klaas noemt als voorbeeld een leerling die het spannend vond om te presenteren. In plaats van een oplossing te geven, stelt hij vragen: wat heb je nodig? Wat zou voor jou een eerste stap zijn? Het antwoord komt van haarzelf: eerst presenteren voor een klein groepje, in een veilige setting.
Het zit in kleine momenten
Krachtgericht coachen zit bij Klaas niet alleen in formele gesprekken. Juist in de kleine momenten komt het terug. In een les bijvoorbeeld, wanneer een leerling vastloopt bij een oefening. In plaats van alleen aanwijzingen te geven, grijpt hij terug op wat hij eerder zag: doorzettingsvermogen, focus. ‘Dan ga je samen kijken: hoe kun je dat nu inzetten?’ Het zijn korte momenten, maar met effect.
Het vraagt ook iets van jezelf
In een gesprek neem je altijd jezelf mee. Hoe je kijkt, wat je voelt en waar je op reageert, heeft direct invloed op hoe het contact verloopt. Krachtgericht coachen vraagt daarom niet alleen iets van wat je zegt, maar ook van hoe goed je jezelf kent.
Hij merkte dat vooral in lastige gesprekken met ouders. ‘Vroeger kon boosheid van anderen mij laten verkrampen. Dan schoot ik sneller in de verdediging. Nu herken ik dat eerder. Ik weet: dit raakt iets in mij.’ Juist dat besef maakt het verschil. Doordat hij merkt wanneer iets hem triggert, kan hij bewuster kiezen hoe hij reageert en het gesprek openhouden.
Begin klein
Heb je tips voor docenten die iets met krachtgericht coachen willen? Hou het klein en ga het gewoon doen. In losse gesprekken, in de klas, zonder dat het meteen perfect hoeft. Gaandeweg wordt het minder iets wat je doet, en meer hoe je kijkt.
Waarmee morgen al starten? ‘Herken de kwaliteiten die je ziet bij je leerlingen. Wat kunnen ze al? Denk aan doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid of zorg voor anderen. Niet algemeen, maar concreet: wat zie je echt? En benoem dat.’