Beeld dat werkt
In een educatief boek is beeld veel meer dan versiering. Zeker in het hoger beroepsonderwijs kan een goed gekozen afbeelding, schema, grafiek of figuur studenten helpen om complexe informatie sneller te begrijpen, verbanden te zien en de koppeling met de beroepspraktijk te maken. Denk bijvoorbeeld aan een anatomische illustratie voor verpleegkundestudenten, een model van een didactisch proces voor aankomende leraren of een schema van gesprekstechnieken voor studenten sociaal werk.
Kies beeld met een functie
Vraag je bij ieder beeld af: wat voegt dit toe aan de tekst en aan het leerproces? Een goed beeld kan informatie verduidelijken, structureren of samenvatten. Het kan ook een praktijksituatie zichtbaar maken die met woorden moeilijk over te brengen is. Beeld en tekst vullen elkaar idealiter aan. Een figuur die alleen herhaalt wat al letterlijk in de tekst staat, heeft meestal weinig meerwaarde, laat tekst en beeld samenwerken. Verwijs in de tekst bovendien naar het beeld, zodat studenten weten waarom het relevant is.
Denk aan kwaliteit en bruikbaarheid
Een afbeelding die er op het scherm goed uitziet, is niet automatisch geschikt voor drukwerk. Lever afbeeldingen en figuren daarom altijd als losse bestanden aan en niet alleen verwerkt in het Word-bestand. Grafieken kunnen het beste in het oorspronkelijke Excel-bestand worden aangeleverd en schema's bijvoorbeeld in PowerPoint. Zo kunnen ze bij de vormgeving waar nodig worden aangepast zonder kwaliteitsverlies.
Toegankelijkheid
We vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen onze uitgaven prettig kunnen lezen en gebruiken. Daarom houden we bij de ontwikkeling rekening met toegankelijkheid.
Bij figuren en afbeeldingen moet je dan denken aan voldoende contrast en dat belangrijke informatie niet alleen door middel van kleur wordt overgebracht.
Ook ALT-teksten helpen daarbij. Dit zijn korte beschrijvingen van figuren en afbeeldingen die door schermleessoftware kunnen worden voorgelezen. Zo kan de informatie uit een afbeelding ook worden meegegeven aan lezers met een visuele beperking.
Praktische tips
1. Zorg voor een duidelijke koppeling tussen tekst en bestanden: geef in de kopij tussen vierkante haken aan waar een figuur moet komen en gebruik voor het bijbehorende bestand exact dezelfde benaming. Nummer beelden per module en geef ieder beeld een onderschrift en volledige bronvermelding.
2. Zorg zo veel mogelijk voor een logische en evenwichtige spreiding van het beeldmateriaal in de verschillende hoofdstukken of onderdelen.
3. Let bij het gebruik van beeldmateriaal op een evenwichtige afspiegeling van de samen-leving, denk aan leeftijd, geslacht, etniciteit, beperking et cetera. Vermijd stereotiep beeld en afbeeldingen die maar kort actueel blijven (bijvoorbeeld een foto van het huidige kabinet).
4. Meer beeld is niet altijd beter. Daarbij kun je ook te veel informatie binnen een figuur willen opnemen, dat wordt er meestal niet duidelijker op.
5. Een handige tool voor het ‘uitknippen’ van een schermweergave of een deel ervan is het Knipprogramma in Windows (vanaf Windows 7). Doe dit op een zo groot mogelijk scherm, dan krijgt de afbeelding een hogere resolutie.
6. Controleer altijd of het beeld auteursrechtelijk gebruikt mag worden. Via Shutterstock, Wikimedia Commons, Pexels en Unsplash zijn veel bruikbare beelden te vinden, maar controleer altijd de gebruiksvoorwaarden. Twijfel je over kwaliteit, rechten of geschiktheid? Overleg dan tijdig met je uitgever of redacteur.