Interview Digitaal vertellen: eerst het verhaal, dan de techniek
Het was een donderdagmiddag. Groep 5/6 ging stop-motions maken over jagers en verzamelaars. iPads, statieven, materiaal, alles stond klaar. En het werkte: “nog nooit zo hard en intensief gewerkt”, zei de leerkracht. De energie spatte ervan af. Maar op de terugweg bleef één gevoel hangen: teleurstelling. Er was hard gewerkt, maar er leek weinig geleerd over het onderwerp.
Die ervaring laat meteen zien waarom digitaal vertellen tegelijk veelbelovend en kwetsbaar is. Betrokkenheid is zichtbaar, maar leeropbrengst is niet vanzelfsprekend. Het effect hangt minder af van de tool dan van het proces dat je eromheen ontwerpt. In Digitaal vertellen als didactiek maakt Frank Coenders dat proces concreet.
Wanneer ‘lekker bezig’ het leren in de weg zit
Een nieuw medium roept bijna automatisch een maakstand op. Eerst spelen, proberen, ontdekken. Dat is logisch, en Coenders geeft het ook een naam.
Mijn conclusie was dat leerlingen juist ook bij technologie een ‘aanrommelfase’ nodig hebben.
Het schuurt wanneer die verkenning de hele opdracht opslokt. Dan gaat de aandacht naar hoe het werkt, terwijl de inhoud uit beeld raakt. Achteraf hoor je dan vaak hetzelfde gesprek: het ging lekker, ze waren gemotiveerd, maar wat is er blijven hangen? De reflex is om strakker te sturen op het product, of om de techniek terug te draaien. Coenders kiest een andere route. Hij benadrukt dat technologie in het onderwijs pas waarde krijgt als je die inzet om leerdoelen te ondersteunen. Digitale verhalen worden dan geen losse projectweek, maar een route naar leren met diepgang.
Het script is de motor van begrip
In de stop-motionles zat de teleurstelling niet in het filmen of in de montage. De teleurstelling zat eerder. Het plan ontbrak. Het script werd overgeslagen. Wie digitaal vertelt, schrijft eigenlijk altijd, ook als het eindproduct beeld of audio is. Het script of storyboard dwingt tot keuzes: wat is de kern, wat laat je weg, welke volgorde klopt, hoe maak je het begrijpelijk voor een kijker of luisteraar?
Die fase voelt soms traag, zeker naast het snelle plezier van maken. Toch is dit precies waar begrip groeit. Leerlingen moeten ordenen, overleggen, herformuleren. Ze bouwen een verhaal op dat klopt. Voor stop-motion kan dat in een storyboard dat scènes uittekent met korte tekst. Het maakt de logica van stappen zichtbaar, waardoor het gesprek over inhoud meteen concreet wordt.
Vijf stappenplan als ruggengraat
Coenders werkt het vertelproces uit in een vijfstappenplan. Het is geen keurslijf, wel een ruggengraat. Het helpt om maakdrukte te temmen zonder creativiteit te smoren.
1) Oriëntatie. 2) Voorbereiding van de inhoud. 3) Voorbereiding van de vorm. 4) Aan de slag. 5) Presenteren. De volgorde is simpel, maar hij doet iets belangrijks. Hij voorkomt dat ‘maken’ alles opslokt. Eerst leren kijken naar voorbeelden en kwaliteit. Daarna onderzoek doen, kiezen, ordenen. Dan pas de inhoud omzetten in vorm via script of storyboard. Pas daarna bouwen.
Maak het echt, maak het af
Een digitale vertelling is niet compleet als hij alleen wordt “ingeleverd”. Coenders benadrukt dat leerlingen het verhaal als echt moeten ervaren, met een echte opdracht en een echt publiek.
Leerlingen die een digitaal verhaal maken, moeten dit ook als ‘echt’ ervaren, met een echte opdracht en een echt publiek.
Daar hoort revisie bij. Niet één keer “klaar”, maar verbeteren als onderdeel van het proces. Revisie gaat niet alleen over taal. Het gaat ook over verhaallijn, structuur, de match tussen wat je zegt en wat je laat zien, de keuze voor beelden, geluid of tekst. Wie revisie plant, normaliseert vakmanschap. Beter maken wordt de norm.
Didactiek die overeind blijft als de tool wisselt
De vraag die overblijft is niet welke app het meest handig is, maar welke didactische keuzes je helpt maken, zodat een digitale productie ook inhoudelijk draagt. In dat soort opdrachten werkt Digitaal vertellen als didactiek vooral als denk- en ontwerpgereedschap. Het geeft woorden aan kwaliteit, helpt voorbereiding expliciet te maken en laat zien hoe publiek en revisie het verschil maken. Dan wordt duidelijk dat het niet alleen gaat om wat er gemaakt wordt, maar vooral om wat er vooraf moet gebeuren.
Dat is precies het verschil tussen een geslaagde productie en een leerzame productie. Een klas kan een uur lang intensief werken. De echte winst zit in wat er daarvoor en daarna gebeurt: de keuzes die je helpt maken, het gesprek dat je organiseert, de verbeterstap die je inbouwt, het publiek dat het echt maakt. Eerst het verhaal, dan pas de techniek.
Digitaal vertellen als didactiek
Frank Coenders
Leerlingen zijn vaak direct betrokken bij video, audio en beeld. De uitdaging is om die betrokkenheid te verbinden aan interactief en zinvol leren. Digitaal vertellen als didactiek laat zien hoe digitaal vertellen (digital storytelling) de kracht van verhalen koppelt aan digitale media, zodat leerlingen actief aan de slag gaan met het onderzoeken, ordenen en presenteren van inhoud. Digitaal vertellen kan bijdragen aan digitale geletterdheid en betrokkenheid, en biedt kansen voor reflectie en het documenteren van leerervaringen. Lees meer >