Een zilverreiger in het maanlicht
Optekeningen van een zenmeester
Eerste Nederlandstalige bloemlezing van Dōgen
Zoek naar jezelf en je vindt de ander. Dat is het fundamentele inzicht van de Japanse zenmeester Dōgen (1200-1253). Uit onvrede met het boeddhisme van zijn tijd ondernam hij de gevaarlijke zeereis naar China, waar hij uiteindelijk de verlichting of ultieme vrijheid ontdekte. Terug in Japan schiep hij een even weergaloos als eigenzinnig wijsgerig-literair oeuvre, dat uit talloze doorwrochte preken, gedichten en handboeken voor het kloosterleven bestaat.
Loslaten van het vastomlijnde zelf
Centraal in Dōgens denken en dichten staat het idee dat alle dingen met elkaar verbonden zijn. De hele werkelijkheid is volgens hem te vergelijken met een net dat op ieder knooppunt een stralend juweel bevat. Als je in één edelsteen kijkt, zie je alle andere. Deze verbondenheid is volgens Dōgen in de eerste plaats te ontdekken via zazen of het zitten in meditatie. Tegelijkertijd toont zij zich in de meest alledaagse handelingen, zoals het vegen van de trap of het bereiden van een maaltijd. Het komt erop neer het idee van een vastomlijnd zelf los te laten. Wie zich openstelt voor de wereld, kan verlichting als intimiteit met alle dingen vinden.
Een zilverreiger in het maanlicht is de eerste Nederlandstalige bloemlezing uit de volle breedte van Dōgens werk, gebaseerd op de late compilatie Eihei Koroku (‘De uitvoerige optekeningen van Eihei).
Vertaald: Simone Bassie
Inleiding en toelichting: Michel Dijkstra
Inhoud
Inleiding 13
Hoe zuiver en helder zijn de seizoenen!
Zenmeester Dōgen als denker en dichter van het natuurlijke
Dōgen: meester van de non-dualiteit 17
Dōgens paradigma: het Net van Indra 33
Dōgens oeuvre: twee grote bundelingen 35
Opzet van de bloemlezing 52
Omgaan met Dōgens (on)leesbaarheid 58
Kawabata revisited 61
Een zilverreiger in het maanlicht 63
deel 1 — lente 67
Ronddwalen in een droomachtig rijk
Chinareis, verblijf in de Anyō’in en abt van
Kōshō Hōrinji in Kyōto (1226-1236)
Geschreven op de Weg: zes Chinese gedichten 69
‘Teruggekeerd met lege handen’: verslag van de Chinareis 76
Zangen uit het diepe gras: twee retraitegedichten 77
Ontwaken op het marktplein (Dharmawoorden 1) 81
De onuitdrukbare Dharma (Dharmawoorden 4) 86
De levenskrachtige stroom van ‘de hart-geest zelf is Boeddha’ (Dharmawoorden
9) 89
De smaak van de aloude boeddha’s te pakken krijgen (Dharmawoorden
12) 92
Rijpen op de Weg 95
Alledaagse sereniteit 95
Voorbij het merg 97
Doordringende koude 99
Boeddha onder je voeten 99
De leraar ontmoeten en de persoon niet kennen 102
De leraar ontmoeten en de persoon kennen 102
Permanente bloesem 104
De zeven wijze vrouwen en de schreeuw zonder echo 107
Fukanzazengi, ‘Zazen voor iedereen’ 111
deel 2 — zomer 117
Het parfum van de meditatie
Hoogtijdagen van de Kōshō Hōrinji in Kyōto, plotselinge
verhuizing naar Daibutsuji (het latere Eiheiji), nabij Fukui
in de onherbergzame provincie Echizen (1237-1244)
Een klap aan de lege lucht verkopen om de compassievolle ogen te
verkopen 119
Wind en wolken eten sesamkoekjes 123
Hoe meer poetsen, hoe meer schittering 125
Goede leraren voor lekenbeoefenaars (Dharmawoorden 14) 129
Niet beginnen, niet verdergaan 138
De avondbijeenkomsten en de volledige expressie van de grote
kloosters 139
Bloemen vallen tijdens alle seizoenen 144
De hele werkelijkheid in het parfum van de beoefening 147
Een opgeheven staf draait het Dharmarad 148
De (s)prekende staf van de meester 149
Boeddha Gebroken Lepel 151
Het zelf keert terug naar bergen en rivieren 153
De Dharma uitgedrukt door niet-bewuste wezens 153
deel 3 — herfst 155
Hoog aan de hemel drijft de witte maan
Rijp meesterschap in Eiheiji, vertrek naar Kamakura (1245-1247)
Een heldere, zuivere herfstbries … 159
Een ezel met een levenskrachtig oog 162
Perfecte wijsheid drinkt water en draagt brandhout 165
De deugd van niet-afwasbare kommen 166
Afgestemd op waardige kussens en opscheplepels 167
Yunmens plaats van grote intimiteit 168
Gedichten voor Kitano Onkata 170
deel 4 — winter 175
Een pruimenbloesem midden in de sneeuw
Terugkeer uit Kamakura, waarna er in de preken grote nadruk
wordt gelegd op karmische causaliteit; ziekte en dood (1248-1253)
Het belang van karma: terugkeer uit Kamakura 177
De realiteit bloeit boven op een staf 180
De wonderlijke geur van wijsheid en compassie in de sneeuw 181
De drie karmatijden 183
Het Dharmalichaam in de alledaagse activiteit 184
De lotus met een rechte rug 186
Terugkeren naar de bron 187
Gewoon komen en gaan 188
Uit: vijftien gedichten over het verblijven in de bergen 189
Vertrouwen in frisse bloesems 190
De bloesemende staf van een monnik 191
Ontbijten voordat je lichaam-en-geest laat vallen 191
De gelijkheid en het verschil tussen de vier elementen 192
Het niet kennen van de samādhi 193
Spreeuwen en kraaien in het weidse universum 195
Het stromen van dit moment in de wind 197
Levend in de Gele Bronnen springen: het sterfgedicht 199




