Kunnen kleuters zich lang concentreren?
Vaak wordt gezegd dat kleuters zich nog niet lang kunnen concentreren. In Kiezen voor het jonge kind komt die uitspraak naar voren als een hardnekkig misverstand. Wie een groep kleuters twintig minuten in de kring laat zitten, zal misschien denken dat het klopt. Er wordt gewiebeld, gefriemeld, gefluisterd en omgekeken. Maar kijk eens naar een kind dat zelf iets wil uitzoeken. Dan verschijnt er een heel ander beeld.
Concentratie bij kleuters ziet er soms verrassend krachtig uit
Een kind van drie vindt een ballpoint, haalt hem uit elkaar en probeert drie kwartier lang uit te zoeken hoe hij weer in elkaar moet. Een vierjarige ontdekt op zijn eerste dag in de kleuterklas de blokken. Hij stapelt, ziet de toren omvallen, begint opnieuw en vergeet bijna wat er om hem heen gebeurt.
Wie zulke momenten ziet, kan moeilijk volhouden dat jonge kinderen zich niet kunnen concentreren. Ze kunnen dat wel degelijk. Die aandacht ontstaat vooral wanneer een activiteit voor het kind betekenis heeft. Het kind wil weten hoe iets werkt, wil iets maken, wil iets opnieuw proberen. Dan is concentratie onderdeel van het handelen.
Bij jonge kinderen is aandacht vaak verbonden met doen. Ze kijken, pakken, schuiven, stapelen, voelen, proberen en herstellen. Hun handen helpen hen om te ontdekken wat er gebeurt.
Concentratie bij kleuters herken je niet alleen aan stilzitten. Kijk vooral naar betrokkenheid: blijft een kind proberen, onderzoeken, bouwen, vergelijken of oplossen?
Stilzitten is geen goede maat voor aandacht
Vaak wordt concentratie afgelezen aan stilzitten, luisteren en wachten. In een kleutergroep is dat een beperkte maatstaf. Jonge kinderen hebben een grote behoefte aan handelen en bewegen. Als ze lang moeten stilzitten bij iets wat voor hen weinig betekenis heeft, worden ze onrustig. Dat is niet vreemd. Hun lichaam wil meedoen.
Een rekenlesje waarin kleuters alleen moeten luisteren naar uitleg over lang en kort, zal al snel onrust geven. Geef diezelfde kinderen blokjes, laat ze torens bouwen en samen bekijken welke toren hoger is, en het tellen of vergelijken krijgt meer betekenis. Het begrip staat dan niet los van de activiteit. Het groeit mee met wat kinderen doen.
Daarom is het bij kleuters verstandig om beweging niet meteen als storend gedrag te zien. Soms hoort beweging bij de betrokkenheid van een kind. Het wil dichterbij komen, iets aanraken, iets uitproberen of opnieuw beginnen.
Betekenis maakt aandacht mogelijk
Een passende vraag voor de onderbouw is: waardoor raken kinderen betrokken?
Dat kan gebeuren in spel dat ze zelf bedenken. Het kan ook ontstaan door een activiteit die de leerkracht aanbiedt, als die activiteit aansluit bij hun beleving. Jonge kinderen kunnen intensief werken wanneer iets voor hen betekenis heeft. Ze gaan door, proberen opnieuw, verzinnen een oplossing of betrekken andere kinderen bij hun plan.
Een kind dat in de kring telkens afhaakt, kan in de bouwhoek langdurig bezig zijn. Een kind dat bij een uitleg lijkt weg te dromen, kan tijdens het spel laten zien dat het begrippen verkent als meer, minder, hoger, lager, vol, leeg, zwaar en licht.
Wie naar kleuters kijkt, moet dus anders naar concentratie kijken. Rust aan de buitenkant zegt niet alles. Belangrijker is of een kind werkelijk betrokken raakt bij wat het doet. Wie zo leert kijken, ziet dat kleuters - anders dan wat vaak gezegd wordt- zich prima kunnen concentreren, maar dan moeten ze wel concreet kunnen handelen in voor hen betekenisvolle situaties.
Over Kiezen voor het jonge kind
Kiezen voor het jonge kind helpt aankomende leerkrachten en kleuterbegeleiders alle competenties te verwerven die nodig zijn om met het jonge kind te werken. Het boek biedt een compleet overzicht van ontwikkelingen die zich - nationaal en internationaal - op dit vakgebied afspelen en van alle aspecten waar leerkrachten en begeleiders in de praktijk concreet mee te maken krijgen.
