‘Wanneer is het eigenlijk genoeg?’
‘Wanneer je thuiskomt en merkt dat er echt niks meer in zit, weet je dat het te veel was.’ De studenten die we spreken, hoeven niet lang na te denken over hoe prestatiedruk voelt. Het zit niet in één tentamen of één deadline. Het zit overal. In volle weken, in verwachtingen, in het idee dat je je studententijd goed moet benutten. Studeren is niet alleen leren, maar ook plannen, vergelijken, bewijzen en doorgaan. Soms net iets te lang.
Altijd aan, zelden klaar
De druk is voor veel studenten zo vanzelfsprekend geworden dat ze hem nauwelijks nog ter discussie stellen. ‘Ik ervaar prestatiedruk eigenlijk altijd,’ zegt een student. Soms is die zichtbaar, in cijfers en beoordelingen, vaker zit hij onder de oppervlakte. ‘Iedereen lijkt het goed te doen. Je ziet alleen succesverhalen, en ondertussen zit jij met je gevoel.’ Sociale media versterken dat beeld. ‘Op LinkedIn zie je alleen maar goede carrièrestappen. Dat maakt dat ik ook wil presteren. Alles zo goed mogelijk doen.’ Hard werken wordt daarmee al snel eindeloos doorgaan.
Die druk vertaalt zich niet altijd in paniek, maar vaker in een constante onrust. Studenten vertellen dat ze altijd ‘aan’ staan, ook buiten college-uren. ‘Zelfs als ik niks doe, voelt het alsof ik iets zou moeten doen,’ zegt een student. Rust voelt dan niet als rust, maar als uitstel. ‘Je hoofd blijft bezig met wat er nog moet, wat beter had gekund, of wat anderen allemaal lijken te bereiken.’
Gezien worden
Wat studenten missen, is zelden extra uitleg of strengere structuur. Wat ze missen, is aandacht. ‘Vraag gewoon hoe het gaat,’ zegt een student. ‘Dat lijkt klein, maar het maakt enorm verschil.’ Niet elke docent hoeft coach te zijn, benadrukken ze. Maar wel iemand die beseft dat leren niet losstaat van welzijn. ‘We zijn geen hoofden die gevuld moeten worden. We zijn mensen.’ Even naast de student staan, in plaats van erboven. Niet alles oplossen, maar wel erkennen.
Feedback zonder timing, zonder oprechte intentie, dat werkt demotiverend.
Wat één docent kan betekenen
In bijna alle verhalen speelt een docent een sleutelrol. Soms positief, soms pijnlijk. Eén student vertelt over een presentatie waarvoor ze een onvoldoende kreeg. Het cijfer bleef niet hangen. Wat bleef, was wat de docent daarna deed. ‘Ze zei: volgens mij kun jij supergoed presenteren. Ze geloofde in me.’ De docent bleef na de les, oefende samen en gaf vertrouwen. ‘Dat is echt levensveranderend geweest.’
Goede feedback gaat niet alleen over inhoud. ‘Feedback zonder timing, zonder oprechte intentie, dat werkt demotiverend,’ zegt een student. Zeker als iemand al moe of overprikkeld is. Soms zit het verschil niet in wat je zegt, maar in hoe en wanneer je er bent.
‘Je hoeft het niet alleen te doen’
Aan het einde van het gesprek gaat het over wat ze andere studenten zouden willen meegeven. Het antwoord komt aarzelend, maar is opvallend eensgezind. ‘Dat je oké bent.’ En: ‘Dat je niet alleen bent.’
‘Ik dacht lang dat ik de enige was met dit soort zorgen,’ zegt een student. ‘Tot ik merkte dat iedereen ermee rondloopt.’
‘Je hoeft het niet alleen te doen,’ zegt een ander.
