Verwijt, schulduitsluiting en dialoog
De betekenis van een dialogisch verwijtbaarheidsbegrip voor het stelsel van schulduitsluitingsgronden
Wanneer zijn schulduitsluitingsgronden toepasselijk?
Schulduitsluitingsgronden zijn toepasselijk wanneer de verwijtbaarheid van de verdachte ontbreekt. Zij geven daarmee invulling aan het principe ‘geen straf zonder schuld’. Het Nederlandse strafrecht bevat echter geen duidelijke conceptualisering van verwijtbaarheid, waardoor het nauwelijks mogelijk is om te toetsen of het stelsel van schulduitsluiting voldoende aansluit bij situaties waarin de verwijtbaarheid ontbreekt.
Wat is strafbare verwijtbaarheid?
Om te onderzoeken of het stelsel van schulduitsluiting voldoende aansluit bij situaties van nietverwijtbaarheid gaat de auteur op zoek naar een nadere conceptualisering van strafrechtelijke verwijtbaarheid. Dit levert vernieuwende inzichten op over de houdbaarheid van strafrechtelijke verwijtbaarheid in het licht van het filosofische vrijewildebat en een brede beschouwing van filosofische theorieën over verwijt(baarheid). De auteur pleit voor een dialogisch verwijtbaarheidsbegrip waarmee het stelsel van schulduitsluitingsgronden kritisch wordt geanalyseerd. Op grond van deze analyse stelt de auteur drie revisies voor.
Drie revisies van ontoerekenbaarheid en het redelijkheidscriterium
Deze revisies hebben betrekking op het afzonderlijke stoornisvereiste voor ontoerekenbaarheid, het cognitieve en volitieve subcriterium voor ontoerekenbaarheid en het redelijkheidscriterium dat bijvoorbeeld bij psychische overmacht en noodweerexces wordt toegepast. Met deze revisies wordt recht gedaan aan het materieelrechtelijke schuldbeginsel.





