Proactieve zorgplanning begint bij de vraag: wat is voor u belangrijk als u kwetsbaarder wordt?
“Het grote voordeel van verpleegkundige zijn is dat je heel nabij bent, dus je bent vertrouwd en je zit dicht op mensen hun leven, dus je kan signalen al opvangen”, vertelt Annigje Bos, docent verpleegkunde en onderzoeker. Maar alleen signaleren is niet genoeg, benadrukt ze. “Er zijn soms ook dingen in mensen hun hart waar ze geen signalen over uitzenden, dus dan zal je er toch naar moeten vragen.”
Daarnaast kunnen volgens Bos signalen eerder opgepakt worden. Als iemand kwetsbaarder wordt en niet meer genezen kan. In die soms rustige, soms woelige, palliatieve fase waarin er meer ruimte is om na te denken en te praten dan in de fase daarna.
De verpleegkundige ziet wat er speelt
“Eigenlijk willen we het vooral hebben over het leven”, zegt Bos. Over het leven in de kwetsbare soms wel langere periode voor het overlijden. Door daarover te praten, wordt duidelijker welke zorg aansluit bij iemands waarden en wensen. Wat geeft iemand plezier? Waar maakt iemand zich zorgen over? Wat wil iemand zo lang mogelijk blijven doen? En wat betekent kwaliteit van leven voor deze persoon?
Een wens kan bovendien gevolgen hebben voor verschillende onderdelen van de zorg. Iemand die bijvoorbeeld veel waarde hecht aan de verbondenheid met het huis, elke dag zwaaien naar de buurkinderen of er verzorgd uitzien, kan andere keuzes maken rond behandeling of dagelijkse verzorging. De verpleegkundige kan die informatie meenemen in de zorg en, waar nodig, bespreken met andere professionals.
Daarbij hoeft het gesprek niet meteen uitgebreid of zwaar te zijn. Juist de dagelijkse praktijk biedt veel momenten om voorzichtig een onderwerp aan te snijden. Bij foto’s van ouders aan de muur kan je eens vragen: Hoe oud zijn ze geworden? Hoe was hun laatste periode? Want die ervaringen beïnvloeden mensen.
Het grote voordeel van verpleegkundige is dat je heel nabij bent, je bent vertrouwd en je zit dicht op mensen hun leven, dus je kan signalen al opvangen.
In kleine stappen het gesprek aangaan
Proactieve zorgplanning hoeft volgens Bos dan ook geen gesprek te zijn waarin alle onderwerpen in één keer aan bod komen. Een verpleegkundige kan het onderwerp eerst voorzichtig introduceren en er later op terugkomen.
“Je kan een balletje opwerpen: ‘Goh, mijn ervaring is dat het belangrijk is om er toch eens over na te denken. Hoe kijkt u daar tegenaan? En nou ja, zullen we voor volgende week eens afspreken?’ Dan kan je het in brokjes doen.”
Dat past bij de positie van de verpleegkundige. Waar een arts soms op een aantal cruciale momenten contact heeft met een patiënt, zijn er voor verpleegkundigen vaak meer rustigere contactmomenten. Dat geeft ruimte om vertrouwen op te bouwen, iets te laten bezinken en later verder te praten.
Ook de wensen van een patiënt kunnen veranderen. Wanneer iemand kwetsbaarder wordt, kan een andere afweging ontstaan. Daarom is proactieve zorgplanning geen eenmalige checklist, maar een proces waarin je regelmatig opnieuw vraagt: ‘hoe staat u er nu in?’
Soms levert zo’n gesprek een heel praktische vraag op. Bos vertelt over iemand die piekerde over thuis sterven. “Eigenlijk wil ik het liefst thuis blijven. Maar dan weet ik, er moet een hoog-laagbed in, maar dat past hier toch nooit?”
Doordat de verpleegkundige ging vragen naar gedachten over sterven, kon ze deze zorgen oplossen met wat uitleg over ziekenhuisbedden die uit elkaar gehaald kunnen worden. Het gesprek gaat dan niet alleen over een wens, maar ook over wat nodig.
Meer weten over proactieve zorgplanning? Meld je aan voor de kennismiddag!
De ouderenzorg is voortdurend in beweging. Daarom organiseert Boom, samen met het Universitair Netwerk Ouderenzorg (UNO) van Amsterdam UMC, een inspirerende kennismiddag voor docenten in het mbo en hbo op Donderdag 5 november in Utrecht.
Tijdens deze middag delen onderzoekers, waaronder Annigje Bos, de nieuwste wetenschappelijke inzichten over actuele thema's binnen de ouderenzorg. Meer weten? Klik hier.
Wat gebeurt er in de praktijk?
Hoe zo’n rol in de dagelijkse verpleegkundige zorg vorm kan krijgen, wordt onderzocht bij de wijkverpleegkundigen van VVT organisatie Omring in Noord-Holland. In het onderzoek van Bos wordt gekeken of deze rol haalbaar is en wat nodig is om dit op te pakken.
Daarbij gaat het niet alleen om de vraag óf verpleegkundigen de gesprekken kunnen voeren. Ook de draagkracht, tijd, ruimte en competenties die daarvoor nodig zijn worden meegenomen.
De eerste ervaringen laten positieve resultaten zien. Cliënten voelen zich volgens de verpleegkundigen gesteund en worden aan het denken gezet over wat voor hen belangrijk is. Verpleegkundigen krijgen op hun beurt informatie waarmee zij hun zorg beter kunnen aanpassen. Ook kunnen verpleegkundigen door het gesprek wensen in een acute situatie beter beschermen en lijkt er minder miscommunicatie met naasten te zijn.
Het kan best in het begin een beetje spannend zijn, dus zoek daarbij een maatje bij wie je advies kan krijgen of met wie je het samen gaat oppakken.
Een onderdeel van het verpleegkundig vak
Dat betekent niet dat proactieve zorgplanning oppakken vanzelf gaat. Het eerste gesprek kost tijd en het kan spannend zijn om voor het eerst zo’n gevoelig onderwerp aan te kaarten. Toch merken verpleegkundigen volgens Bos dat het juist betekenis kan geven aan hun werk.
“De verpleegkundigen zeggen: ja, dit is echt van waarde. Ik vind het een heel mooi onderdeel van mijn vak.”
Daarmee raakt proactieve zorgplanning ook aan het verpleegkundeonderwijs. Studenten hebben niet alleen kennis nodig over het onderwerp, maar moeten vooral leren hoe je zo’n gesprek voert. Hoe begin je erover ? Hoe respecteer je weerstand als clienten het een moeilijk onderwerp vinden, maar wat kan je doen om toch een opening te vinden?
Bos benadrukt dat verpleegkundigen dit niet alleen hoeven te doen. “De gesprekken zijn van superwaarde, maar het kan best in het begin een beetje spannend zijn, dus zoek daarbij een maatje bij wie je advies kan krijgen of met wie je het samen gaat oppakken.”
Haar advies is eenvoudig: begin klein. “Begin bij iemand bij wie je het een beetje ziet zitten, met wie je een goede klik hebt,”
Zo kan proactieve zorgplanning uitgroeien tot een vanzelfsprekend onderdeel van verpleegkundige zorg. Niet als gesprek dat pas begint wanneer het levenseinde dichtbij komt, maar als een manier om eerder te ontdekken wat voor iemand werkelijk belangrijk is (als het leven kwetsbaar wordt).