De collectieve actie in Nederland en daarbuiten: deel 1
Rechtsvergelijking toegang tot de rechter van belangenorganisaties in algemeenbelangacties
Voorlopige flaptekst:
In Nederland kunnen belangenorganisaties bij de civiele rechter een collectieve actie instellen om de aanspraken, rechten en belangen van anderen te beschermen. Zulke collectieve acties kunnen worden onderverdeeld in (ideële) algemeenbelangacties en collectieve schadevergoedingsacties.
De collectieve actie in Nederland en daarbuiten: deel 1
Kenmerkend aan een (ideële) algemeenbelangactie is onder meer dat de belangenorganisatie de rechter vraagt om de aangesprokene (een bedrijf of de overheid) te bevelen een onrechtmatig doen of nalaten te stoppen of te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn: de Urgenda-zaak, de klimaatzaak tegen Shell, de zaak over de levering van F-35 onderdelen aan Israël, de procedure over aanhoudende geluidshinder van luchthaven Schiphol, die over de vergoeding van anticonceptiemiddelen, en de zaak over het Nederlandse stikstofbeleid. De afgelopen jaren is er discussie over dit type collectieve acties. Die discussie richt zich onder meer op de mate waarin belangenorganisaties toegang (moeten) hebben tot de rechter. In De collectieve actie in Nederland en daarbuiten: deel 1 wordt aan de hand van rechtsvergelijkende inzichten besproken hoe in andere jurisdicties wordt omgegaan met toegang van belangenorganisaties tot de rechter in algemeenbelangacties.
De collectieve actie in Nederland en daarbuiten: deel 2
Met de inwerkingtreding van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) in 2020, kunnen belangenorganisaties ook een schadevergoeding vorderen in een collectieve actie. Voorbeelden hiervan zijn de siliconenzaak gestart door Bureau Clara Wichman tegen fabrikant Allergan, de zaak tegen Tiktok geïnitieerd door Stichting Take Back Your Privacy, en de zaak over de Essure-sterilisatieveertjes tegen (kort gezegd) Bayer die is gestart door de Stichting Essure Claims en verschillende zorgverzekeraars. In De collectieve actie in Nederland en daarbuiten: deel 2 wordt deze wet, vijf jaar na de inwerkingtreding, geëvalueerd. Aan de hand van een rechtspraak- en literatuuranalyse, en een empirische studie naar de ervaringen van (juridische) professionals uit de rechtspraktijk, wordt besproken in hoeverre de doelstellingen van de WAMCA in de praktijk worden behaald. In het onderzoek worden onduidelijkheden, knelpunten en leemtes geschetst, aan de hand waarvan suggesties zijn gedaan voor verbetering van de collectieve actie. Die suggesties zien met name op het creëren van voortgang in de procedure.
Beide delen zijn uitgevoerd in opdracht van het WODC. De onderzoeken zijn uitgevoerd in een consortium van onderzoekers van de Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit Nijmegen en Erasmus Universiteit Rotterdam



