Kerndoelen digitale geletterdheid: zo bereid je je voor
Digitale geletterdheid krijgt een vaste plek in het onderwijs. Vanaf 2027 moeten scholen de nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid opnemen in hun curriculum. Lars Knol en Stephanie Meuleman zien in hun werk met scholen dagelijks dat dit voor veel docenten, ondersteuners en teams nog abstract voelt. Waar begin je, en hoe zorg je dat het meer wordt dan losse initiatieven?
Die vragen vormden ook de aanleiding voor hun boek Digitale geletterdheid. Dé praktische gids voor het onderwijs. In dit artikel laten ze zien hoe je als school de eerste stappen kunt zetten of bestaande initiatieven kunt bundelen en concretiseren.
De grootste valkuil: wachten op een perfect plan
Veel scholen starten met het schrijven van een visie of het ontwikkelen van een leerlijn. Dat lijkt logisch, maar leidt in de praktijk vaak tot vertraging. Er wordt nagedacht, afgestemd en uitgewerkt, terwijl er in de klas nog weinig verandert. En nog belangrijker: vaak zijn er al best wat initiatieven aanwezig in de school waarvan je je onvoldoende bewust bent.
Digitale geletterdheid wordt zo iets van later. Iets dat eerst goed moet worden uitgedacht, voordat je kunt beginnen. In de praktijk werkt het anders. Inzicht ontstaat juist door te doen. Scholen die stappen zetten, beginnen niet met een compleet plan, maar met kleine aanpassingen in de les en door bewust te kijken naar wat er op het gebied van digitale geletterdheid al gebeurt. Vanuit daar groeit het verder.
Wat er al gebeurt en waar kansen liggen
Want in vrijwel elke school gebeurt al iets op het gebied van digitale geletterdheid. Leerlingen zoeken informatie, werken met digitale tools, maken presentaties, gebruiken AI en leren omgaan met media. Docenten bespreken bijvoorbeeld brongebruik, online gedrag en de betrouwbaarheid van informatie.
Tegelijk blijft dat vaak versnipperd. Het zit in losse lessen of projecten, zonder duidelijke samenhang. Leerlingen oefenen wel vaardigheden, maar bouwen die nog niet systematisch op.
Een eerste stap is daarom vaak eenvoudig. Maak zichtbaar wat er al gebeurt. Welke lessen raken aan digitale geletterdheid? Waar oefenen leerlingen al met informatie, data of media? En hoe kun je vanuit een socialmediaplatform de koppeling maken met digitale balans, kansengelijkheid of algoritmen?
Dat laat niet alleen zien wat er al is, maar ook waar overlap zit en waar nog gaten vallen. Op basis daarvan kun je gerichter keuzes maken.
Elke docent geeft al digitale geletterdheid.
Van losse activiteiten naar samenhang
Die samenhang ontstaat niet vanzelf. Daarvoor zijn keuzes nodig. Wat moeten leerlingen aan het eind van hun schooltijd kunnen? Waar komt dat terug in het curriculum? En hoe zorg je dat verschillende vakken elkaar versterken? Dat betekent bijvoorbeeld dat brongebruik niet alleen bij Nederlands aan bod komt, maar ook bij geschiedenis of maatschappijleer. Of dat data niet alleen iets is van wiskunde, maar ook terugkomt in aardrijkskunde, economie of biologie.
In de praktijk betekent dit dat teams met elkaar in gesprek gaan over hun onderwijs. Niet alleen over inhoud, maar ook over vaardigheden en hoe die zich ontwikkelen door de jaren heen. Dat begint wat de schrijvers betreft met de visie van de school; het startpunt waar je als school voor staat.
Docenten meenemen begint bij herkenning
Een belangrijke factor in de implementatie is het meenemen van docenten. Digitale geletterdheid roept soms weerstand op, vooral als het voelt als iets extra’s. Terwijl het in de praktijk vaak juist gaat om het bewuster maken van wat er al gebeurt in lessen en opdrachten. Het helpt daarom om aan te sluiten bij wat docenten al doen.
Wanneer zichtbaar wordt dat digitale geletterdheid niet iets nieuws is, maar verweven zit in bestaande lessen, ontstaat er ruimte. Docenten herkennen hun eigen praktijk en zien hoe kleine aanpassingen verschil kunnen maken. Dat vraagt niet in de eerste plaats om training in tools, maar om het delen van voorbeelden. Wat werkt in de klas? Welke vragen helpen om leerlingen anders te laten denken? Juist die concrete ervaringen maken het onderwerp behapbaar.
AI versnelt de urgentie
De opkomst van AI maakt digitale geletterdheid nog urgenter. Leerlingen gebruiken AI al, vaak zonder goed te begrijpen hoe ze werken of wat de beperkingen zijn. Dat vraagt om nieuwe vragen in de klas. Niet alleen: wat is het antwoord? Maar ook: hoe komt dit antwoord tot stand? Wanneer kun je dit vertrouwen, en wanneer niet?
Scholen die hier actief mee aan de slag gaan, zien dat AI geen los thema is, maar een integraal onderdeel van digitale geletterdheid. Het is bovendien meer dan een apart kerndoel: als technologie raakt AI aan vrijwel alle onderdelen van digitale geletterdheid, van informatievaardigheden en kritisch denken tot communiceren, creëren en bewust handelen.
Leerlingen hebben dit nu al nodig
In veel scholen blijft digitale geletterdheid nog hangen in plannen en gesprekken. Er wordt gewerkt aan visie, leerlijnen en beleid, terwijl er in de klas nog weinig verandert of nog onvoldoende zichtbaar is wat er al gebeurt. Tegelijk gebruiken leerlingen dagelijks technologie en AI, vaak zonder goed te begrijpen wat ze doen.
Juist daarom werkt wachten niet. Scholen die stappen zetten, beginnen niet met een perfect plan, maar in de praktijk, met kleine aanpassingen die zichtbaar maken hoe docenten of leerlingen denken en handelen.
Richting 2027: begin vandaag
2027 is geen eindpunt, maar een moment waarop zichtbaar wordt wat scholen in de jaren daarvoor hebben opgebouwd. Digitale geletterdheid ontwikkel je niet in één keer, maar stap voor stap, in samenhang tussen vakken en leerjaren. Tegelijk blijven technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Wat vandaag nieuw is, nemen leerlingen morgen al mee de klas in. Juist daarom hebben scholen die nu beginnen de ruimte om te experimenteren, bij te sturen en mee te groeien met die veranderingen, zonder dat die eerste stap groot hoeft te zijn.
Begin samen. In de klas, in een gesprek of als team door zichtbaar te maken wat er al gebeurt. Van daaruit ontstaat richting. Niet alleen voor 2027, maar vooral voor de leerlingen van nu.
