‘Laaggeletterdheid is de sociale kwestie van deze tijd’
Je bent fan van de Taalheldenprijs. Waarom spreekt die prijs je zo aan?
"Omdat hij er is voor mensen die zelden wat winnen. Bovendien is het een uitstekende manier om laaggeletterdheid bespreekbaar te maken. De mensen die deelnemen aan cursussen hebben zelf die enorme stap gezet. Het is belangrijk dat dat gezien en gewaardeerd wordt. Het is een prestatie waar je trots op mag zijn. Bovendien laat de prijs aan de buitenwereld zien dat dit probleem bestaat én dat er ets aan te doen is ."
Je was jarenlang lid van de Raad van Toezicht van Stichting Lezen en Schrijven. Wat motiveerde je om die rol op je te nemen?
"Omdat er bij laaggeletterdheid ontzettend veel samenkomt. Het is een grote sociale kwestie. Aan de ene kant maken we de samenleving steeds ingewikkelder, ook voor hoogopgeleide mensen. Aan de andere kant zijn er miljoenen mensen die onvoldoende kunnen lezen, schrijven of omgaan met digitale systemen om volledig mee te kunnen doen.
Dat heeft gevolgen voor vrijwel alle aspecten van het leven. Laaggeletterdheid gaat vaak samen met minder kansen op de arbeidsmarkt, een groter risico op armoede, gezondheidsproblemen en schulden. Ze begrijpen brieven van de gemeente of de belastingdienst, of bijsluiters bij medicijnen, of veiligheidsinstructies niet altijd en raken daardoor sneller in de problemen. Het gaat dus om veel meer dan alleen lezen en schrijven."
Waarom noem je laaggeletterdheid de sociale kwestie van deze tijd?
"Omdat het om ongeveer drie miljoen mensen gaat. Dat zijn mensen die onvoldoende basisvaardigheden hebben om zich volledig te kunnen ontplooien. Daar horen ook digitale kennis en rekenen bij. Eén op de vijf Nederlanders heeft hier moeite mee. Voor een rijk en goed georganiseerd land als Nederland is dat onacceptabel."
Je schreef eerder dat de aanpak van laaggeletterdheid soms ‘dweilen met de kraan open’ is. Wat bedoel je daarmee?
"De aantallen dalen niet. Toen ik begon bij Stichting Lezen en Schrijven werd gesproken over 2,5 miljoen mensen die moeite hadden om mee te komen. Inmiddels zijn dat er ongeveer drie miljoen. Er is veel meer bewustwording gekomen en er is beleid ontwikkeld, maar het probleem wordt niet kleiner.
Er komen nieuwe generaties bij. Men denkt misschien dat laaggeletterdheid vooral iets is van ouderen die heel vroeger na de lagere school uit werken werden gestuurd, en dat het mettertijd vanzelf zou uitsterven. Of dat het exclusief een probleem is van mensen die zonder scholing van elders hierheen zijn gekomen. Maar dat is een al lang achterhaald cliché. Het onderwijs levert jongeren af die onvoldoende lees- en schrijfvaardig zijn. Elk jaar opnieuw. Dat is een schande."
Ligt de sleutel dus vooral in het onderwijs?
"Zeker. We zien dat de leesvaardigheid van kinderen achteruitgaat. Internationale onderzoeken laten zien dat Nederlandse kinderen minder goed lezen dan leeftijdsgenoten in veel andere landen. Een kwart van de vijftienjarigen leest onvoldoende op het niveau dat je op die leeftijd mag verwachten.
Dat betekent niet dat die jongeren automatisch laaggeletterd worden, maar het risico is er wel. Als je op je vijftiende al moeite hebt met lezen, loop je een grotere kans om daar als volwassene tegenaan te blijven lopen."
Hoe komt het dat het leesonderwijs tekortschiet?
"Daar zijn heel veel verschillende verklaringen voor. Ik ben geen onderwijsexpert, dus ik ga hier niet vertellen wat het onderwijs zou moeten doen of laten, en verlaat me op de experts. Die wijzen onder veel meer op de kwaliteit van het leesonderwijs, de opleiding van docenten en de manier waarop begrijpend lezen wordt aangeboden. Veel kinderen ontwikkelen een hekel aan lezen door de manier waarop het vak is vormgegeven.
Daarnaast zou lezen veel meer geïntegreerd kunnen worden in andere vakken. Ook tijdens geschiedenis of aardrijkskunde ben je voortdurend bezig met teksten."
Begint het probleem misschien al vóór de basisschool?
"Absoluut. De eerste levensjaren zijn ontzettend belangrijk. Kinderen die thuis weinig worden voorgelezen, beginnen met een achterstand. Dan helpt het niet als je ouders moeite hebben met lezen en schrijven.
Elk kind tussen nul en vier jaar zou hel veel moeten worden voorgelezen, liefst dagelijks. Hoe je dat organiseert, thuis of elders, doet er niet toe, maar organiseer het. Het gaat erom dat kinderen al vroeg plezier krijgen in tekst en taal."
Laaggeletterdheid wordt soms gekoppeld aan intelligentie. Is dat terecht?
"Nee, absoluut niet. Er zijn genoeg slimme mensen die door omstandigheden niet voldoende lees- en schrijfvaardigheden ontwikkelen. Je ziet ook jongeren die een havo-diploma halen, maar moeite hebben met complexe teksten omdat ze nauwelijks boeken lezen en vooral korte teksten op hun telefoon tegenkomen."
Welke rol zie je voor werkgevers?
"Werkgevers kunnen ontzettend veel betekenen. Ruim de helft van de laaggeletterden heeft gewoon een baan. Werkgevers hebben er belang bij dat medewerkers instructies begrijpen, veilig kunnen werken en administratieve taken kunnen uitvoeren.
Ik sprak ooit een vrachtwagenchauffeur die routeaanwijzingen niet kon lezen. Hij had allerlei trucjes ontwikkeld om dat te verbergen. Dat ging goed zolang hij zijn vaste ritjes reed, totdat hij een keer een nieuwe route kreeg toegewezen, verdwaalde en niet wist wat hij moest doen. Zulke situaties laten zien dat goede basisvaardigheden niet alleen belangrijk zijn voor individuele werknemers, maar ook voor de veiligheid en bedrijfsvoering van een organisatie.
Werkgevers kunnen medewerkers testen, cursussen aanbieden en ondersteuning organiseren. Daar wordt iedereen beter van, en het bedrijf ook."
Je hebt eens gepleit voor een Taalheldenprijs in primetime op televisie. Waarom?
"Dat lijkt me fantastisch. Er zijn nog steeds veel misvattingen over laaggeletterdheid. Mensen denken ten onrechte dat laaggeletterden dom zijn of niet hebben opgelet op school.
Daarnaast speelt schaamte een enorme rol. Veel mensen zijn ongelooflijk goed in het verbergen van hun probleem. Ze vragen collega's formulieren in te vullen of verzinnen excuses om niet te hoeven lezen. De Taalheldenprijs draait dat om. Die laat zien dat je juist trots mag zijn als je hulp zoekt en stappen zet om beter te leren lezen en schrijven."
Als je één prioriteit mocht meegeven aan een nieuw kabinet, welke zou dat zijn?
"Dan zou ik kiezen voor nog meer tijd voor leesonderwijs en nog meer en betere schoolbibliotheken op de basisschool en de eerste jaren van het voortgezet onderwijs. Internationale onderzoeken laten zien dat andere landen het beter doen. Dus het kan wel. Als we daar investeren, draaien we de kraan een stukje dicht. Natuurlijk blijft ook volwasseneneducatie belangrijk, maar als ik één keuze moet maken, dan kies ik voor het onderwijs voor kinderen."
Tot slot: heb je een boodschap voor vrijwilligers, trainers en docenten die werken met volwassenen die moeite hebben met basisvaardigheden?
"Ze doen geweldig en ontzettend belangrijk werk. Je helpt niet alleen één persoon. Je geeft iemand waardigheid terug, helpt diens kinderen en versterkt de hele omgeving. Daarmee help je ook de samenleving als geheel. Zij zijn ook taalhelden."
Fotograaf Keke Keukelaar
Lees meer over
Taalheldenprijs
Ieder jaar reikt prinses Laurentien de Taalheldenprijs uit. Een ‘Taalheld’ is iedereen die hard heeft gewerkt aan zijn of haar basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen of omgaan met een computer of smartphone). Het verbeteren van basisvaardigheden is niet makkelijk en vraagt veel doorzettingsvermogen. Toch zetten ieder jaar duizenden mensen deze stap.
De winnaars van de Taalheldenprijs 2026 zijn inmiddels bekend. Anita Mertens en Karim Nassoh winnen Taalheldenprijs 2026! De jury bekroonde Anita tot Taalheld 2026 en de publieksprijs ging naar Karim Nassoh.