Leven en cognitie
Filosofie van de gedragswetenschappen
Prikkelende en toegankelijke filosofische verkenning van de gedragswetenschappen
Psychologie en andere gedragswetenschappen zijn populairder dan ooit. Binnen de gedragswetenschappen krijgen studenten, onderzoekers en professionals te maken met filosofische vragen: Hoe verhouden lichaam en geest zich tot elkaar? Wat maakt ons menselijk? Hebben we een vrije wil? En gaat gedragswetenschap wel over objectieve feiten? Om dergelijke vragen goed te kunnen onderzoeken, is het noodzakelijk om onze manier van denken over cognitie te herzien.
Filosofen en psychologen beschouwen mensen vaak als wandelende breinen en onze cognitie – onze geest, ons denken en bewustzijn – als informatieverwerking in ons hoofd. Onder filosofen is de laatste tijd ook een ander idee in opkomst: wij mensen zijn vóór alles organismen, en leven en cognitie zijn niet twee opzichzelfstaande dingen, maar twee kanten van dezelfde medaille.
Wim de Muijnck onderzoekt dit idee van ‘eenheid van leven en cognitie’ op toegankelijke wijze en laat helder zien wat dit betekent voor ons beeld van onszelf, van de wetenschap en van de wereld om ons heen.
Inhoud Leven en cognitie
Voorwoord 9
Inleiding 11
DEEL I. DE MENSWETENSCHAP
1. Psychologie 17
2. Geesteswetenschap 29
3. Sociale wetenschap 37
4. Cognitiewetenschap 47
DEEL II. LEVEN EN COGNITIE
5. Naturalisme 59
6. Organismen 69
7. Cognitie 81
DEEL III. DE MENS
8. De mens 93
9. Redenen 107
10. Goed leven 121
DEEL IV. JUISTHEID
11. Waarheid 139
12. Objectiviteit 153
13. Rationaliteit 167
DEEL V. KENNIS
14. Kennen 181
15. Verklaren 195
16. Bewijzen 211
DEEL VI. DE WETENSCHAP
17. De wetenschap 231
18. Wetenschappelijkheid 239
19. Gedragswetenschap 253




