NT2 Cahier Volksverhalen
Sprookjes en andere volksverhalen in de NT2-les
Weg van de alledaagse onderwerpen met volksverhalen
Lesmethodes behandelen vaak dezelfde alledaagse onderwerpen en thema’s, zoals eten en drinken, naar de dokter en werken in Nederland. Belangrijke zaken natuurlijk, maar het is ook wel eens leuk om het over iets heel anders te hebben. Volksverhalen nemen cursisten mee naar de wereld van draken en koningen, Roodkapje en Assepoester en sprekende dieren, zoals de sluwe spin Anansi. Het feit dat cursisten in het lesboek niets geleerd hebben over draken betekent dat ze niet zomaar kunnen terugvallen op standaardzinnen en van buiten geleerde constructies. Ze zullen creatief aan de slag moeten met de woorden, uitdrukkingen en grammaticale regels die ze geleerd hebben. Kortom, met de taal.
Creatief werken met volksverhalen
In dit cahier bespreekt Wilmy van Ulft manieren om sprookjes en andere volksverhalen te gebruiken in de les. Volksverhalen zijn leuk om te lezen en naar te luisteren, kunnen als materiaal dienen om verschillende vaardigheden mee te oefenen en cursisten kunnen, met een beetje hulp, hun eigen sprookje maken. Het cahier bevat ruim twintig praktische werkvormen, geschikt voor verschillende niveaus, en een aantal volksverhalen en werkbladen waar je als docent direct mee aan de slag kunt.
INLEIDING
1 Volksverhalen
2 Soorten volksverhalen
3 De opbouw van een verhaal
4 Meer over volksverhalen
5 Waarom volksverhalen gebruiken in de NT2-les?
6 Hoe gebruik je dit cahier?
WERKVORMEN, IDEEËN EN ACTIVITEITEN
Deel 1: Sprookjes luisteren, lezen en vertellen
Luister maar... – Luisteren naar een sprookje of ander volksverhaal, zomaar...
Assepoester gaat trouwen – Een verhaal om over te praten of discussiëren
Een plaatje zegt meer dan duizend woorden – Sprookje in beeld vatten
Meevertellenhaal – Een verhaal met eigen inbreng
Er was eens... – Een sprookje presenteren
Tijger in de val – Een sprookje of ander volksverhaal verfilmen
Deel 2: Verhalen maken of reconstrueren
Klasse(n)werk – Klassikaal een sprookje verzinnen
Dictoglos – Een sprookje reconstrueren
Dat verhaal ken ik! – Reconstructie van een bij de cursist bekend sprookje of ander volksverhaal
Praatplaatjes – Werken met verhaalkaarten
Rollen maar! – Werken met verhaal dobbelstenen
Met een beetje hulp – Werken met schrijf prompts
Schermpje, schermpje in mijn hand... – Een AI-sprookje maken
Deel 3: Werkvormen rondom een verhaal
De wonderjas – Woordherkenning met De wonderjas
Koude ... – Gatentekst Koude voeten
Hoeveel geitjes? – Getallen t/m 20 oefenen met De wolf en de 7 geitjes
Slim, met kleine oogjes en een lange, dunne staart – Uiterlijk en karakter beschrijven met een fabel
Zoek de verschillen – Twee versies van een verhaal vergelijken
Lang geleden... – Verleden tijd oefenen met Roodkapje
Er een slag naar slaan – Sprookjesachtige vliegrempen
Het wachtwoord van de draak – Grammaticale kennis inzetten om de prinses te bevrijden
De grote boze wolf – Spelen met bijvoeglijke naamwoorden
DANKWOORD





