Wijs worden in een digitale wereld
'We zeggen heel vaak dat digitale geletterdheid belangrijk is. Maar eigenlijk weten we nog helemaal niet zo goed hoe je het effectief onderwijst.' Die vraag houdt onderzoeker en lerarenopleider Josien Boetje dagelijks bezig. Met haar onderzoeksgroep CARE zoekt ze naar manieren waarop scholen leerlingen kunnen voorbereiden op een digitale wereld.
Een vakgebied dat nog in ontwikkeling is
'Voor vakken als wiskunde of Biologie weten we door jarenlang onderzoek steeds beter hoe leerlingen leren. Maar de digitale wereld is nog zo nieuw dat we eigenlijk nog volop aan het ontdekken zijn hoe je dit goed onderwijst.' Daarom kijkt Josien niet alleen naar theorie, maar vooral naar de onderwijspraktijk. 'Vaak blijven leraren hangen in een tekortkomingsframe. Wij kijken juist eerst naar wat mensen al wél doen. Daar kun je op voortbouwen.'
Juist omdat digitale geletterdheid geen apart vak is, krijgt iedere docent ermee te maken. 'Je geeft misschien Frans of biologie en moet ineens ook aandacht besteden aan digitale geletterdheid.' Volgens Boetje hoeft dat niet te betekenen dat er een nieuw lesonderdeel bijkomt. Digitale geletterdheid gaat niet alleen over het gebruiken van technologie, maar ook over hoe leerlingen een opdracht aanpakken. Leren plannen, bronnen afwegen en samen nadenken over de beste inzet van technologie voor de opdracht zijn minstens zo belangrijk.
'Wat is je bron?' aan de eettafel
Dat kritisch leren kijken naar informatie kan al op jonge leeftijd verrassend zichtbaar worden. Een ouder vertel Josien dat haar 14-jarige zoon, een tweedejaars vmbo-tl-leerling, thuis bij bijna ieder verhaal aan de eettafel dezelfde vraag stelt: 'Wat is je bron?' Sindsdien moeten ze thuis eigenlijk allemaal overal een bronvermelding bij leveren.
Waar komt deze informatie vandaan? Waarom geloof ik dit eigenlijk?
Boetje kan daar erg om lachen. Juist dat het om een tweedejaars vmbo-tl-leerling gaat, vindt ze mooi. Dit geeft aan dat ze op jonge leeftijd al aan digitale geletterdheid kunnen werken. 'Vroeger had je nog een soort poortwachters. Nu kan letterlijk iedereen iets publiceren. Juist daarom moeten leerlingen leren om steeds opnieuw te vragen: waar komt deze informatie vandaan? Waarom geloof ik dit eigenlijk?'
Een echte opdracht werkt beter
Dat zie je ook terug in de klas. 'Als je tegen leerlingen zegt: "Zoek maar eens iets op in Google", dan denken ze vooral: waarom eigenlijk?' Geef je leerlingen daarentegen een echte opdracht, dan verandert er iets.
'Als leerlingen bijvoorbeeld een website ontwerpen of een campagne maken voor een organisatie, dan hebben ze ineens een reden om informatie te zoeken, bronnen te vergelijken en afwegingen te maken.' 'Het gaat niet om een lijstje vaardigheden,' zegt Boetje. 'Het gaat om het oplossen van echte vraagstukken.'
De docent hoeft geen AI-expert te zijn
Veel docenten ervaren digitale geletterdheid als iets extra's. Alsof ze ineens ook ICT-docent moeten worden. Volgens Josien is dat niet nodig. 'Een docent geschiedenis bespreekt bronnen. Een docent Nederlands kijkt naar argumentatie. Een docent wiskunde doet data-analyse. Heel veel docenten doen eigenlijk al aan digitale geletterdheid, alleen noemen ze het niet zo.'
We willen helemaal niet dat leerlingen zoveel mogelijk achter een scherm zitten
Daarom hoeven docenten volgens haar ook niet alle technische ontwikkelingen bij te houden. 'Je hoeft geen ICT'er te zijn. Het is vooral belangrijk om vragen te blijven stellen bij je technologiegebruik, zowel vanuit nieuwsgierigheid als een kritische blik'
Waarom sommige lessen zonder scherm beginnen
De inzichten uit haar onderzoek kregen ook een praktische vertaling in Het digitale geletterdheid werkvormenboek. Opvallend genoeg kunnen bij veel van de werkvormen de laptops juist dicht blijven. 'We willen helemaal niet dat leerlingen zoveel mogelijk achter een scherm zitten. We willen dat ze begrijpen wat digitale technologie doet.'
Soms werkt papier juist beter. 'Print antwoorden van verschillende AI-systemen uit en leg ze naast elkaar. Dan zie je ineens hoe verschillend de antwoorden kunnen zijn.' Juist dat vertragen is volgens Boetje waardevol. 'We zijn gewend om meteen door te klikken. Terwijl leren juist vaak begint met even stilstaan. Op papier gaan leerlingen vergelijken, discussiëren en vragen stellen.'
Nieuwsgierig blijven
'Technologie verandert voortdurend. Je kunt onmogelijk overal expert in zijn.' Volgens Boetje is dat ook niet nodig. Belangrijker is dat leerlingen nieuwsgierig blijven, vragen durven stellen en leren bewuste keuzes te maken. 'Die manier van denken blijft waardevol, ook als de technologie straks weer is veranderd.'
AI die vragen terugstelt
KRITIKOS, een reflectietool waaraan Josien Boetje meewerkt, geeft geen antwoorden maar vragen. Zo helpt de tool studenten bewust na te denken over hun AI-gebruik – precies de aanpak die ook centraal staat in haar onderzoek. Genomineerd voor de Computable Awards 2025. Info & stemmen >