Goed verpleegkundig communiceren begint bij goed kijken
Wat betekent het om goed te kunnen communiceren als verpleegkundige? In het huidige opleidingsprofiel Bachelor of Nursing 2030 krijgt die vraag een duidelijke plek. Binnen CanMEDS-rol 2: Communicator staat centraal dat de verpleegkundige effectief communiceert om optimale en persoonsgerichte zorg te realiseren. Daarbij gaat het niet alleen om het gesprek met de zorgvrager, maar ook om professionele communicatie met naasten en andere zorgprofessionals.
Weten wat je moet communiceren
Een recent Australisch onderzoek laat zien waarom het zinvol is om die communicatievaardigheden niet los te zien van het klinisch handelen. In de ACCELERATE-trial keken onderzoekers onder leiding van John Rihari-Thomas naar een aanpak waarin systematisch lichamelijk onderzoek, verpleegkundige overdracht en multidisciplinaire communicatie bewust aan elkaar werden gekoppeld.
Voordat een verpleegkundige iets kan communiceren, moet die eerst weten wat er gecommuniceerd moet worden.
Wie een vollediger beeld van een patiënt heeft, kan tijdens een overdracht niet alleen waarden doorgeven, maar ook klinische observaties, context en veranderingen in risico benoemen.
Niet alleen vitale functies
Die connectie tussen goed kijken en communiceren was een belangrijk uitgangspunt van ACCELERATE. Aan het begin van iedere dienst voerden verpleegkundigen een systematische lichamelijke beoordeling uit. Daarvoor gebruikten zij een A-E-structuur, waarbij onder andere ademhaling, circulatie, bewustzijn, mobiliteit en huidintegriteit aan bod kwamen.
De onderzoekers zetten dat bewust af tegen een werkwijze waarin de aandacht vooral uitgaat naar vitale functies. Dat kan ook de communicatie tussen zorgprofessionals vernauwen. Wie een vollediger beeld van een patiënt heeft, kan tijdens een overdracht niet alleen waarden doorgeven, maar ook klinische observaties, context en veranderingen in risico benoemen.
Voor het onderwijs maakt dat communiceren direct onderdeel van klinisch redeneren. Een student moet niet alleen leren hoe een boodschap helder wordt overgebracht, maar ook leren bepalen welke informatie relevant is en wat die informatie betekent.
Niet over, maar met de patiënt
ACCELERATE koppelde die brede beoordeling vervolgens aan een gestructureerde verpleegkundige overdracht aan het bed. Daarbij moesten verpleegkundigen de patiënt en eventuele naasten actief bij het gesprek betrekken.
Opvallend is dat de onderzoekers daarvoor twee verschillende communicatiestructuren combineerden. ISBAR werd gebruikt voor de klinische informatieoverdracht: Introduction, Situation, Background, Assessment en Recommendation. Daarnaast gebruikten verpleegkundigen CARE voor de interpersoonlijke kant van de overdracht: Connect, Ask, Respond en Empathise.
Die combinatie sluit nauw aan op het onderscheid dat BN2030 maakt. Professionele communicatie vraagt om een zorgvuldige en passende manier om informatie over te dragen. Persoonsgerichte communicatie vraagt tegelijkertijd dat de zorgvrager als uniek persoon wordt benaderd en daadwerkelijk bij de communicatie wordt betrokken.
Een student moet niet alleen leren hoe een boodschap helder wordt overgebracht, maar ook leren bepalen welke informatie relevant is en wat die informatie betekent.
Je verpleegkundige oordeel laten horen
Daarmee komt een derde vorm van communicatie in beeld: de verpleegkundige als gesprekspartner binnen het multidisciplinaire team. Binnen ACCELERATE werden verpleegkundigen gestimuleerd deel te nemen aan medische visites. Zij moesten daar relevante bevindingen uit hun lichamelijke beoordeling inbrengen en samen met andere zorgprofessionals vooruitkijken naar de zorg voor de patiënt.
Daarvoor zijn klinisch redeneren en communicatie moeilijk van elkaar te scheiden. Een verpleegkundige die een verandering waarneemt, moet deze kunnen duiden, onderbouwen en vervolgens overtuigend bespreekbaar maken: dit zie ik, dit is waarom ik mij zorgen maak en dit is wat volgens mij nodig is.
Communicatie als onderdeel van veilige zorg
Er zijn een paar belangrijke nuances aan te geven bij dit onderzoek. Ten eerste vonden de onderzoekers geen significante verbetering op hun belangrijkste samengestelde uitkomstmaat, waarin onder andere spoedoproepen, onverwachte IC-opnames, vallen en doorligwonden waren gecombineerd. Op afzonderlijke onderdelen werden echter wel effecten gevonden. Het aantal doorligwonden van graad 2 tot en met 4 nam na invoering van ACCELERATE met 41 procent af. Daarnaast rapporteerden verpleegkundigen een positievere veiligheidscultuur en ervoeren zij minder belemmeringen bij het uitvoeren van lichamelijke beoordelingen.
De volgende nuance is dat we niet direct kunnen zeggen dat betere communicatie op zichzelf deze effecten veroorzaakte. ACCELERATE bestond bewust uit een combinatie van assessment, overdracht, multidisciplinaire communicatie, scholing en organisatorische ondersteuning. De onderzoekers hebben niet geprobeerd het effect van ieder afzonderlijk onderdeel te isoleren.
Maar precies die samenhang maakt het onderzoek interessant voor het verpleegkundeonderwijs. Communicatie bestaat in de praktijk immers ook zelden op zichzelf.