De staat en het delinquente kind
Een politiek-filosofische analyse van de wetgevingsgeschiedenis van en straftoemeting in het jeugdstrafrecht
Het jeugdstrafrecht als machtspraktijk
In De staat en het delinquente kind duidt Van der Spek het jeugdstrafrecht als machtspraktijk; een werkelijkheid die voor jongeren voelbaarder is dan voor kinderrechters, officieren van justitie, jeugdstrafrechtadvocaten en adviseurs van de rechter.
Hoe de politiek denkt over het delinquente kind in ruim 100 jaar
Van der Spek laat zien hoe het politieke denken over het delinquente kind in ruim honderd jaar verandert. Eerst gunnen politici de (kinder)rechter een liefdevolle blik, maar langzaam verhardt het debat. Het kind geldt inmiddels als risicomanagementprobleem. Ook spreekt de auteur met jeugdstrafrechtprofessionals en jongeren. Bij hen cirkelen macht en onmacht om elkaar heen. Wat doe je met kinderen die niet maakbaar lijken? Hoe houd je je als jongere staande op een onbegrijpelijke zitting?
Een pleidooi voor een hoopvol en liefdevol jeugdstrafrecht
Het boek eindigt met een pleidooi voor hoop en liefde. Ieder kind, ook het kind dat delicten pleegt, is eerder een raadsel dan een risico. Dit inzicht vormt de basis voor een hoopvol jeugdstrafrecht. Een jeugdstrafrecht dat liefdevol wil zijn, moet de eigen affectie begrenzen en ruimte laten voor de liefdevolle blik van het netwerk van de jongere.





